Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Inrichtingskosten en opknapkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en participatieregelingen Rijswijk 2022

1.. Incidentele woonkosten horen tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand als er door bijzondere omstandigheden niet of niet voldoende gereserveerd had kunnen worden voor de noodzakelijke kosten. 2.. De reserveringscapaciteit is 5% van de bijstandsnorm en 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm, rekening houdend met de beslagvrije voet, keer 12 maanden en wordt berekend over de 12 maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend. 3.. De noodzakelijke kosten worden berekend aan de hand van 50% van de prijzen in de Nibud prijzengids. 4.. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor (vervanging van) inrichtingskosten als er in het jaar van de aanvraag een toereikende individuele inkomenstoeslag is toegekend. 5.. Onder bijzondere omstandigheden wordt verstaan; de belanghebbende die een volledig in te richten en op te knappen woning krijgt aangeboden, en die: niet verwijtbaar en niet voorzien, zijn woning en bijbehorende inrichting is kwijtgeraakt; dak- of thuisloos is of in een beschermde woonomgeving woont. 6.. De noodzakelijke inrichtingskosten en opknapkosten voor bijzondere omstandigheden als bedoeld in lid 5 zijn: voor inrichtingskosten voor de belanghebbende in lid 5 onder a: voor de alleenstaande € 3.500, voor gehuwden € 4.500 en € 1.000 per kind in de vorm van een geldlening; of voor inrichtingskosten voor de belanghebbende in lid 5 onder b: € 2.000 per volwassenen en € 1.000 per kind om niet; en voor opknapkosten: € 500 om niet.

Rechtspraak bij dit artikel