Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.1

Voorerfgebied en het naar openbaar gebied gekeerde zijerfgebied

Onderdeel van Afwijkingenbeleid, gemeente Alkmaar, Februari 2022

Onderstaand beleid is van toepassing binnen de gehele gemeente Alkmaar, met uit- zondering van de bedrijventerreinen, de beschermde stads- en dorpsgezichten en de Schelphoek. In het voorerf en het naar openbaar gebied gekeerde zijerf bestaan afwijkingsmogelijkheden voor de volgende bijbehorende bouwwerken: Een luifel boven de voordeur; Een erker; Een erker of omkraging aan één zijkant; Het vergroten van een aangebouwde schuur in de voortuin richting de voorste perceelsgrens; Het bebouwen van de ruimte tussen de voorgevel van de woning en een vrijstaande schuur aan de voorste perceelsgrens, al dan niet in samenhang met het vergroten van de entree. Aangebouwde bijbehorende bouwwerken in het naar openbaar gebied gekeerde zijerfgebied. Schuren en overkappingen in de wijk Bergerhof. De gevallen genoemd onder d. en e. zien uitsluitend op situaties, waarin reeds sprake is van een schuur of berging op het voorerf. a. Een luifel boven de voordeur Een luifel boven de voordeur is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De luifel wordt aangebracht aan de oorspronkelijke voorgevel. De maximale breedte van de luifel bedraagt 1/3 van de breedte van de voorgevel van de woning. De maximale diepte bedraagt 1,50 meter. De afstand tot de voorste perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter. b. Een erker Een erker is toegestaan, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De maximale breedte van de erker bedraagt 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning. De maximale diepte bedraagt 1,50 meter. De goot- en/of boeihoogte mag niet hoger zijn dan 0,30 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. De erker mag schuin aankappen aan de woning tot maximaal 3,50 meter. c. Een erker of omkraging aan één zijkant Een erker of omkraging aan één zijkant van de woning is mogelijk, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De diepte aan de zijkant mag maximaal 1,50 meter ten opzichte van de zijgevel van de woning bedragen. Indien door de realisatie een erker aan zowel de voorzijde als één zijkant ontstaat, dan mag de tussenliggende ruimte tevens worden bebouwd, met dien verstande dat de breedte en diepte ten opzichte van de zij- en voorgevel van de woning niet meer dan 1,50 meter mag bedragen. De goot- en/of boeihoogte mag niet hoger zijn dan 0,30 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. De erker mag schuin aankappen aan de woning tot maximaal 3,50 meter. d. Vergroten van een aangebouwde schuur richting de voorste perceelsgrens Het vergroten van een aan de woning gebouwde schuur richting te voorste perceelsgrens, is mogelijk indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Het betreft een oorspronkelijke schuur die bij de bouw van de woning is gerealiseerd. De maximale diepte bedraagt 5 meter vanuit de voorgevel van de woning. De breedte bedraagt niet meer dan de breedte van de bestaande schuur. De goot- en bouwhoogte bedragen maximaal de goot- en bouwhoogte van de bestaande schuur. e. Het volbouwen van de ruimte tussen de voorgevel van de woning en een vrijstaand bijbehorend bouwwerk aan de voorste perceelsgrens, al dan niet in samenhang met het vergroten van de entree Indien aan de voorste perceelsgrens een schuur aanwezig is, mag de ruimte tussen deze schuur en de voorgevel worden volgebouwd, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Het betreft een oorspronkelijke schuur die bij de bouw van de woning is gerealiseerd. De breedte bedraagt niet meer dan de breedte van de bestaande schuur. De goot- en/of boeihoogte mag niet hoger zijn dan 0,30 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. f. Bijbehorende bouwwerken in het naar openbaar gebied gekeerde zijerfgebied In het naar openbaar gebied gekeerde zijerfgebied bestaan afwijkingsmogelijkheden voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken en uitbreidingen daarvan. Realisatie hiervan is mogelijk onder de navolgende voorwaarden. Oppervlakte De totale oppervlakte aan (aangebouwde en vrijstaande) bijbehorende bouwwerken in het achtererf- en zijerfgebied bij een woning, dient te voldoen aan de navolgende maxima: Als de oppervlakte van het bebouwingsgebied en zijerfgebied tezamen kleiner dan of gelijk is aan 100 m2: maximaal 50% van de totale oppervlakte; Als de oppervlakte van het bebouwingsgebied en zijerfgebied tezamen groter is dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk is aan 300 m2 : 50 m, vermeerderd met 20% van het deel van de totale oppervlakte dat groter is dan 100 m2; Als de oppervlakte van het bebouwingsgebied en zijerfgebied tezamen groter is dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van de totale oppervlakte dat groter is dan 300 m2, met een maximum van in totaal 150 m2. Hoogte De bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken in het naar openbaar gebied gekeerde zijerfgebied bedraagt maximaal 3 meter. De bouwhoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken in het naar het openbaar gebied gekeerde zijerfgebied ligt maximaal 0,30 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. Breedte De breedte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken in het naar openbaar gebied gekeerde zijerf bedraagt maximaal 3 meter. Functie Indien vrijstaande bijbehorende bouwwerken op meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw worden gerealiseerd, zijn uitsluitend functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken toegestaan. g. Schuren en overkappingen in de wijk Bergerhof Onderstaand beleid is uitsluitend van toepassing in de wijk Bergerhof. De woningen in de wijk Bergerhof in Alkmaar zijn gebouwd in de Tweede Wereldoorlog (1941/1942) voor de opvang van vluchtelingen uit Den Helder. De buurt karakteriseert zich als een compacte buurt met rijtjeswoningen gebouwd in strokenbouw, die van elkaar gescheiden zijn door openbaar groen. Bij de bouw van de woningen is geen rekening gehouden met opbergruimte (schuren) en ruimte voor stalling van (motor-/brom)fietsen. Vanwege de aard en indeling van de woningen en doordat de achtertuinen veelal niet vanaf de openbare weg toegankelijk zijn, bestaat vaak behoefte aan ruimte voor een schuur of een overkapping op het voorerf. Met een specifiek afwijkingenbeleid voor schuren en overkappingen in deze wijk, kan enerzijds een oplossing worden geboden voor het gebrek aan stallings-/opslagruimte en wordt anderzijds een kader geboden waardoor de verschijningsvorm van de bouwwerken gereguleerd wordt. Bij het opstellen van dit specifieke beleid is rekening gehouden met de wettelijke vereisten voor licht- en luchttoetreding tot de woningen en met de toegankelijkheid van de woningen voor hulpdiensten. Onderstaand beleid is een aanvulling op de hierboven onder a. tot en met e. beschreven mogelijkheden. 1. Algemene voorwaarden Schuren en overkappingen in het voorerfgebied zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: Het betreft een schuur of overkapping die ten dienste staat van de woonbestemming. De schuur mag uitsluitend worden gebruikt voor overige gebruiksfuncties, zoals voor bergruimte en/of als stalling van (motor-/brom)fietsen, en zijn niet bedoeld voor het langdurig verblijven van personen. De schuur mag de lichttoetreding van de woningen niet onevenredig belemmeren, waarbij dient te worden voldaan aan de eisen die daaraan in het Bouwbesluit worden gesteld. Er dient te allen tijde een vrije doorgang tot de voordeur gewaarborgd te blijven ten behoeve van bereikbaarheid en vindbaarheid door hulpdiensten (vrij doorgangsgebied). Er dient hiertoe een toegangspad van tenminste 1 meter breed vanaf de straat tot de voordeur vrij te blijven van bebouwing en obstakels. Eventueel kan dat pad worden gedeeld met de buren. Bij overkappingen dient de minimale hoogte in het vrije doorgangsgebied 2,10 meter te bedragen. Uitstekende delen/overkragingen buiten de bouwperceelsgrens zijn niet toegestaan. De verkeersveiligheid, zoals zicht op in- en uitritten, mag niet onevenredig verslechteren. 2. Schuren Schuren in het voorerfgebied zijn toegestaan indien, naast de onder 1 genoemde algemene voor- waarden, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Vrijstaande schuren dienen op minimaal 1 meter afstand van de voorgevel te worden gebouwd. Op hoekpercelen mag de vrijstaande schuur ook op kortere afstand worden gebouwd, indien dit niet voor ramen of deuren plaatsvindt. Aangebouwde schuren mogen in geen geval ramen en deuren blokkeren. Aangebouwde schuren mogen uitsluitend worden gebouwd: Vanaf de zijerfgrens tot het raamkozijn, waarbij vanaf het raamkozijn schuin aflopend in een hoek van 45º tot aan maximaal 50% van de raamkozijnbreedte mogelijk is; of Tussen de voordeur en het voorgevelraam, recht tussen de voorgevel en de erfgrens aan de straatzijde. De gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande schuren mag per woonperceel maximaal 10 m² bedragen. Op hoekpercelen mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 20 m² bedragen, mits tenminste 60% van het voorerfgebied onbebouwd blijft. De gezamenlijke oppervlakte van aangebouwde schuren mag per woonperceel maximaal 4 m² bedragen. De maximale bouwhoogte van vrijstaande schuren bedraagt 2 meter op ondiepe voorerfgebieden (tot 2,50 meter diep) en 2,30 meter op diepe voorerfpercelen (dieper dan 2,50 meter) en hoekpercelen. De maximale bouwhoogte van aangebouwde schuren bedraagt 2 meter. Entrees/toegangsdeuren van schuren dienen op eigen terrein te ontsluiten. Aangebouwde schuren betreffen geen bijbehorende bouwwerken, die vanuit de woning te bereiken zijn. Doorbrekingen in de voorgevel zijn niet toegestaan. 3. Overkappingen Overkappingen in het voorerfgebied zijn toegestaan indien, naast de onder 1 genoemde algemene voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De maximale oppervlakte van een overkapping bedraagt 10 m², uitgezonderd hoekpercelen (zie hieronder). De overkapping dient te worden geplaatst in het voorerfgebied in het verlengde van de breedte van de overkapping niet breder mag zijn dan de voorgevel, uitgezonderd hoekpercelen (zie hieronder). Bij woningen op hoekpercelen geldt in afwijking van het voorgaande het volgende: de breedte van een tegen de voorgevel of zijgevel aangebouwde overkapping mag maximaal 75% van de breedte van de voorgevel en/of zijgevel bedragen, met een maximum van 15 m². Een vrijstaande overkapping mag worden gebouwd in het voorerfgebied, waarbij de oppervlakte aan overkappingen in het voorerfgebied maximaal 15 m² mag bedragen. De diepte van een tegen de gevel gebouwde overkapping bedraagt maximaal 3,50 meter (gemeten haaks op de gevel, tussen gevel en bouwperceelsgrens). De hoogte bedraagt maximaal tot 3 metsellagen boven de voordeur. In het vrije doorgangsgebied dient de hoogte minimaal 2,10 meter te bedragen. Indien geplaatst tegen de voorgevel dient een afschot geplaatst te worden zodat het hemelwater niet langs de gevel loopt. De constructie dient licht en rank te zijn vormgegeven en het laagste punt van de overkapping aan de straatzijde moet bij voorkeur aansluiten op de hoogte van naastgelegen overkappingen. De dakafdekking dient met lichtdoorlatend materiaal te worden gerealiseerd, zodat lichttoetreding tot de woning wordt gegarandeerd.

Rechtspraak bij dit artikel