Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 13

– Boete tijdens het inburgeringstraject

Onderdeel van Beleidsregels Wet inburgering 2021 gemeente Voorst

Wanneer de inburgeringsplichtige de verplichtingen uit het PIP niet of onvoldoende nakomt, geeft het college hem een schriftelijke waarschuwing. In de schriftelijke waarschuwing vermeldt het college: Een omschrijving van de verplichting uit het PIP die niet of onvoldoende nagekomen wordt; wat de gevolgen zijn als de inburgeringsplichtige niet of onvoldoende aan zijn verplichtingen uit het PIP voldoet, zoals beschreven in artikel 13, vierde lid. Voor inburgeringsplichtigen gaat het om de volgende verplichtingen: deelnemen aan de voortgangsgesprekken; deelnemen aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT. Voor asielstatushouders gaat het daarnaast om de verplichting om deel te nemen aan de inburgeringslessen. Wanneer de inburgeringsplichtige na de waarschuwing verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de verplichtingen uit het PIP legt het college hem een boete op. Het college stelt de inburgeringsplichtige in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen over het voornemen tot het opleggen van een boete. Het college volgt daarbij de procedure van artikel 5:50 Awb. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. Het college registreert de boete in het ISI als DUO daarom vraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel