Het toezicht in de openbare ruimte is voor burgers het meest zichtbaar. Voorbeelden zijn het opleggen van parkeerboetes of het verbaliseren van APV-overtredingen.
Deze vorm van toezicht gebeurt in de vorm van surveillance. Deze surveillance wordt met name ingezet op die plaatsen en op die tijdstippen waar verwacht wordt dat zich overtredingen kunnen voordoen. Het primaire doel van het surveilleren is preventie. Wanneer burgers weten dat ze gecontroleerd worden dan zal men zich naar verwachting eerder aan de regels houden.
De toezichthouder heeft bij de constatering van overtredingen de keuze tussen waarschuwen en bekeuren door middel van het uitschrijven van een proces-verbaal. Indien overtredingen hercontroleerbaar zijn kan in eerste instantie worden gekozen voor een (mondelinge) waarschuwing (bijvoorbeeld bij het parkeren van vrachtwagens in de bebouwde kom). Indien uit een hercontrole blijkt dat de overtreding niet is opgeheven, kan alsnog een proces-verbaal worden opgelegd.
Voor het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte heeft de gemeente de beschikking over toezichthouders die hiervoor specifiek zijn aangewezen en de beschikking hebben over opsporende bevoegdheid, de zogenaamde boa’s. Deze Buitengewone Opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot opsporing voor de strafbare feiten waartoe ze zijn aangewezen. Op dit moment wordt boa-capaciteit ingehuurd.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.2
Artikel 8.2.2
Toezicht en handhaving in de openbare ruimte
Onderdeel van Vergunningen, Toezicht & Handhaving VTH-Beleidsplan 2022-2026