Voor een goede werking van de BIG-8 is het van belang te kunnen beschikken over adequate informatie. Monitoring en registratie spelen hierin een cruciale rol en goed werkende informatiesystemen spelen hierin een sleutelrol. Medio 2022 zal de gemeentelijke organisatie gebruik gaan maken van een regionale, gemeenschappelijke VTH-applicatie, namelijk Squit 20/20 (zie ook § 3.1.4), ter vervaging van de huidige applicatie Squit XO. Hierin worden resultaten en voortgang bewaakt. Denk hierbij aan de registratie van ontvangen klachten, geconstateerde overtredingen, uitgevoerde controles en opgelegde bestuurlijke sancties. Dit is tevens de tool waarmee monitoring van het onderhavige beleid kan plaatsvinden ten aanzien van cijfermatige data (zoals aantallen vergunningen, toezicht momenten en handhavingsacties). De sturing op basis van deze onbewerkte feiten en ruwe data noemen we datagedreven werken.
Deze informatie zegt echter nog weinig over de effecten van het beleid. Deze kunnen we niet uit de direct beschikbare data halen. Het strategisch doel van het VTH-beleid en dus het gewenste effect, is het versterken, behouden en beschermen van de integrale kwaliteit van onze leef-, woon- en werkomgeving.
Maatschappelijke effecten benoemen is één, maar ze meetbaar maken is niet eenvoudig. Er is een grote samenhang met andere beleidsvelden, zoals fysieke ruimte, openbare orde en veiligheid en jeugd. En voor het realiseren van doelen zijn we sterk afhankelijk van anderen. We hebben bewoners, bedrijven, belangengroepen, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke instellingen en mede-overheden nodig. Daarnaast is de samenleving maar zeer beperkt ‘maakbaar’. We kunt partijen en partners aansturen op een bijdrage aan maatschappelijke effecten, maar we kunnen ze er redelijkerwijs maar beperkt op afrekenen. Tenslotte is de beleving van het effect zeer subjectief. Niet iedereen heeft dezelfde visie over zijn/haar leef-, woon- en werkomgeving. De belangen van inwoners kunnen bijvoorbeeld recht tegenover de belangen van ondernemers staan. De persoonlijke zienswijze van een individu heeft invloed op de beleving van een maatschappelijk effect.
Om die reden zijn er in het onderhavig beleid geen indicatoren benoemd om de effecten van het beleid meetbaar te maken. Effectmeting zal plaatsvinden door middel van belevingsonderzoek, zoals dit bij de totstandkoming van het beleid ook heeft plaatsgevonden (zie §2.2 en 2.3). We zullen persoonlijk waarnemingen onderzoeken, waarbij inwoners en professionals een belangrijke rol krijgen.
Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad en burgers. Monitoring en evaluatie van het beleid vindt jaarlijks plaats in het jaarverslag VTH. Het jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Tevens kan op basis hiervan input worden geleverd aan bijvoorbeeld bestuursrapportages.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2
Artikel 9.2.5
Monitoring
Onderdeel van Vergunningen, Toezicht & Handhaving VTH-Beleidsplan 2022-2026