Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 19

Spreekrecht inwoners

Onderdeel van Reglement van orde voor de raadscommissies Laarbeek 2022

1.. Bij aanvang van de vergadering kunnen maximaal 5 inwoners het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen. 2.. Tijdens de vergadering kunnen maximaal 5 aanwezige inwoners het woord voeren over geagendeerde onderwerpen, die niet zijn besproken tijdens de beeldvormende avond. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; onderwerpen die niet rechtstreeks onder verantwoordelijkheid/bevoegdheid vallen van de raad, tenzij dit de controlerende rol van de raad raakt. onderwerpen waarover reeds is beraadslaagd in de vorige raads- of commissievergadering (voortzetting van discussie); 4.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5.. Inspraakreacties over niet-geagendeerde onderwerpen worden ter afhandeling voorgelegd aan het presidium. De inspreker wordt over de afhandeling geïnformeerd. 6.. Insprekers voor geagendeerde onderwerpen krijgen van de voorzitter het woord direct voorafgaande aan de behandeling van het agendapunt waarvoor spreekrecht is gevraagd, en op volgorde van aanmelding. 7.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. 8.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. 9.. Insprekers voor geagendeerde onderwerpen krijgen voorafgaand aan de tweede termijn van de voorzitter de gelegenheid tot een korte reactie of aanvulling. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers aan de vergadering. 10.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel