Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.
In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
**•.** de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen;
**•.** de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven;
**•.** de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn;
**•.** de dagtekening van het aanslagbiljet;
**•.** het begrip maand bij betalingstermijnen;
**•.** verzuim ontvanger bij uitbetaling;
**•.** regeling betalingstermijnen;
**•.** automatische incasso.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
De dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodanig bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast.
Als de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken vervalt op 12 december.
Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april.
Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van een belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaats vindt.
De gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(en) in de belastingverordening geregeld.
Is in de belastingverordening niets geregeld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing.
In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard.
Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn(en) aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald.
Onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk de aanslag(en) te voldoen via een automatische incasso. Hiervoor heeft het college een incassoreglement vastgesteld.
Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige (een) afwijkende, ruimere, betalingstermijn(en) toegestaan.
Bij het verstrekken van een opdracht tot betaling via automatische incasso verbindt de belastingschuldige zich om te zorgen voor voldoende saldo op zijn rekening. Wanneer een incasso-opdracht niet kan worden uitgevoerd (stornering) wordt de belastingschuldige hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Bij 3 storneringen wordt hem/haar schriftelijk meegedeeld dat de automatische incasso wordt ingetrokken. Het verschuldigde bedrag dient dan binnen 10 dagen te worden voldaan. Wordt dit bedrag niet binnen de gestelde termijn voldaan dan zullen er verdere invorderingsmaatregelen worden genomen. De belastingschuldige krijgt na intrekking van de automatische incasso weer te maken met het regime van de betaaltermijnen zoals die gelden zonder gebruikmaking van een automatische incasso.
Hoofdstuk
Artikel 9
Betalingstermijnen
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Borger-Odoorn januari 2022