Naar hoofdinhoud
In dit statuut wordt verstaan onder: Betalingsverkeer De wijze waarop betalingen kunnen worden verricht en de daarbij behorende kostentarieven. Deposito Het in bewaring geven van geld aan een bank voor een bepaalde vaste periode tegen een vast rentepercentage. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn waarvan de waarde afhankelijk is van onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Drempelbedrag Het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dag basis buiten de schatkist mag hebben gehouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal op een of meerdere dagen het drempelbedrag overschrijdt. Deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting; maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen. Drempelbedragen worden door de centrale overheid vastgesteld en kunnen wijzigen. Indien van toepassing wordt een gedurende het kalenderjaar gewijzigd drempelbedrag naar rato van het jaar toegepast. In het kader van dit treasurystatuut worden altijd de landelijk geldende indicaties toegepast zonder dat voorafgaande aanpassing van dit statuut nodig is. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Gemeente(n) De gemeenten Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen en de gemeenschappelijke regeling Werkmaatschappij 8KTD. Kasgeld Korte aangetrokken gelden met een looptijd van maximaal één jaar. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet FIDO ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van bijvoorbeeld faillissement. Obligatie Een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die door een overheid, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever rentevergoeding. Onderhandse lening Een lening waarbij een geldnemer geld leent van één of enkele geldgevers. In tegenstelling tot de obligatielening is er bij de onderhandse lening sprake van direct contact tussen de geldlener en geldgever. De verschillende partijen maken zelf de afspraken. Publieke taak Een taak die waarde creëert voor de gemeentelijke samenleving en waarin het private bedrijfsleven niet voorziet of slechts tegen bijzonder hoge kosten, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar zou zijn. Rekening courant Bankrekening die de mogelijkheid geeft om zonder ingewikkelde procedures geld op te nemen tot een bepaalde limiet (zelfs al gaf dit aanleiding tot een negatief saldo) voor een vooraf vastgelegde reden. De benaming rekening-courant wordt in het dagelijks taalgebruik vaak vervangen door het kaskrediet Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen. Renterisiconorm Het maximumbedrag conform de wet FIDO waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen door aflossing en renteherziening gebaseerd op een wettelijk percentage van het begrotingstotaal. Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Richtlijn Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing van een te volgen handelwijze. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van overtollige liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Valutarisico Het risico dat financiële waarden aangehouden in vreemde valuta in waarde dalen door een daling van de wisselkoers van die vreemde valuta

Rechtspraak bij dit artikel