We streven naar een:
Gezonde en veilige leefomgeving;
Aantrekkelijke woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat;
Ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem.
Om dit te bewerkstelligen hanteren we een aantal leidende principes, zoals onderstaand nader uitgewerkt.
Gezonde en veilige leefomgeving
Voorkomen contact met afvalwater
Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. Om dit te bereiken hanteren gemeente en waterschap een aantal leidende principes:
Aansluiten van lozing huishoudelijk afvalwater van alle percelen op vuilwaterriool of een andere publieke of private voorziening, die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt.
Bedrijfsmatig afvalwater wordt ingezameld en verwerkt als er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Als dit wel het geval is, dan worden voorwaarden gesteld aan de lozing op de riolering.
Zoveel mogelijk scheiden van vuilwater en schoonwater. Zo blijft schoon water schoon en vinden overstorten minder vaak plaats. Ook is water-op-straat bij hevige regen minder vervuild.
Bij afkoppelen geldt voor de verwerking van regenwater een voorkeursvolgorde (bijvoorbeeld: eerst benutten, dan via infiltratie in de bodem, dan directe afvoer naar het oppervlaktewater, dan afvoer via het maaiveld en tenslotte afvoer via een regenwaterriool).
Aantrekkelijke woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat
Aanpassen aan klimaatverandering
Als gemeenten streven we samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden:
Bij korte hevige én bij langdurige neerslag:
Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes toegankelijk.
Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk.
Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer.
Ondervindt bebouwing geen schade (geen water in gebouwen).
Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval.
Worden onveilige situaties zoals o.a. het onderlopen van onderdoorgangen zoveel mogelijk voorkomen.
Bij een lange periode van droogte:
Blijft schade aan openbaar groen beperkt.
Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit, voor recreatief gebruik en biodiversiteit.
Bij langdurige hitte:
Wordt hittestress bij kwetsbare groepen zo veel mogelijk voorkomen.
Wordt opwarming van drinkwater tijdens transport en distributie in het leidingnet voorkomen.
Vinden mens en dier verkoeling in (open) landelijk gebied.
Levert recreatief gebruik van zwemwater geen risico’s op voor de volksgezondheid.
Bij overstromingen:
Worden gevolgen beperkt door waterrobuuste bouw en inrichting
Worden gevolgen beperkt door voldoende beschikbaarheid voor schuillocaties en mogelijkheden voor evacuatie.
Om dit te bereiken werken we aan klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte (o.a. tuinen en (parkeer)terreinen) en het watersysteem. We hanteren de volgende leidende principes:
Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeente en het waterschap en voor projecten van anderen: inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties. Dat betekent dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut.
Om te kunnen anticiperen op klimaatverandering en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water zoveel mogelijk op een andere manier dan via riolering worden afgevoerd of geborgen. Oppervlakkige afstroming van overtollige neerslag heeft daarbij de voorkeur. De afstroming vindt plaats naar laagteberging, waar het geen schade oplevert. Vanuit deze voorziening vindt infiltratie naar het grondwater plaats of (vertraagde) afvoer naar het oppervlaktewatersysteem.
Het watersysteem voldoet aan de provinciale normen voor de afvoer- en bergingscapaciteit. Gemeente en waterschap bepalen samen in hoeverre zogenaamde vasthoudmaatregelen buiten het watersysteem (tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte) nuttig en nodig zijn in relatie tot de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit in het watersysteem. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten en baten van investeringen het uitgangspunt.
Bij (ver)nieuwbouw is sprake van een klimaatbestendige bouw en inrichting, met zo min mogelijk afwenteling naar de omliggende percelen.
Hemelwater- en vuilwaterriool leggen we gescheiden aan bij aanleg nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen.
In de bebouwde omgeving leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten.
We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking en het gebruik van de juiste bouwmaterialen. Ook houden wij bij de inrichting van de ondergrond rekening met het risico van opwarming van drinkwater in het leidingnet onder verharde oppervlakken.
Een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem
In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Wij richten ons samen met het waterschap op:
Geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersysteem.
Het behalen van de KRW-doelen voor KRW-waterlichamen in 2027.
Waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik (zwemwater, vaarwater, viswater).
Het zo veel mogelijk beperken van emissie uit de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater, voor zover dit op een doelmatig wijze mogelijk is.
Het streven naar doelmatig beheer van de afvalwaterketen en het zo optimaal mogelijk functioneren van de zuivering.
Om deze doelen te bereiken werken wij met de volgende leidende principes:
Het scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en de impact van overstortingen en op de waterkwaliteit kleiner is.
Het aantal overstortingen is zo laag mogelijk als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.
Foutieve aansluitingen op het hemelwaterstelsel voorkomen en in bestaande situaties zoveel mogelijk reduceren als zij een aantoonbare negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit.
Toepassen best mogelijke techniek bij inzamelen en transport afvalwater. Toepassen van het principe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2.4
Leidende principes in omgevingsvisie
Onderdeel van Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 gemeente Heerde