Naar hoofdinhoud

7

Artikel 7.3.1

Inrichting en eisen bij nieuw(/ver)bouw

Onderdeel van Gemeentelijk rioleringsplan 2022-2026 gemeente Heerde

De gemeente legt in nieuwe woningbouwplannen een volledig gescheiden rioleringsstelsel aan voor inzameling en verwerking van afval- en hemelwater. Er wordt enkel nog 1 huisaansluiting aangelegd voor de inzameling van afvalwater en dus niet voor hemelwater. Dit betekent dat perceeleigenaar primair zelf zorgdraagt voor de verwerking van hemelwater op particulier terrein. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt in beginsel de voorkeur voor een volledig gescheiden stelsel gelijk aan andere nieuwbouwlocaties, tenzij het type bedrijven en transport over het terrein aanleiding geven tot andere keuzes. In dit proces trekken gemeente en waterschap samen op. In algemeenheid geldt dat indien de Watertoets van toepassing is, er sowieso overleg met waterschap Vallei en Veluwe plaats dient te vinden (watertoetsproces). Verdere ontwerpeisen met betrekking tot de inrichting van nieuwe hemelwatersystemen (infiltratieriolen, wadi’s, oppervlakkige afstroming) zijn opgenomen in het Programma van Eisen Inrichting Infrastructuur en Openbare Ruimte en worden worden hierin zonodig geactualiseerd. Dimensionering Nieuwe (ondergrondse) riolering wordt hydraulisch getoetst en moet voldoen aan Bui 08 (T=2) met een minimale waking van 0,20 m. Een bui met een herhalingstijd van 10 jaar (T=10) moet zonder afwenteling naar particulier terrein verwerkt kunnen worden. Om deze reden wordt het stelsel getoetst op eventuele knelpunten met de controlebui Bui 10. In het kader van klimaatverandering wordt de werking van het systeem (ondergronds en bovengronds/ oppervlakkig) ook bij klimaatbuien berekend. Hierbij geldt de eis dat er bij bui T=100 (klimaatbui 70 mm/uur) geen hemelwater woningen, winkels en/of bedrijven in mag stromen. In de dimensionering van nieuwe hemelwatersystemen (bv. IT-riool) wordt wel rekening gehouden met afvoer van hemelwater vanaf het gehele particulier terrein. Een gangbare aanpak is 100% van de voorzijde van het perceel (incl. 50% van dakoppervlak). Waterbergingseisen Bij individuele nieuwbouw van één perceel of kavel moet de perceeleigenaar rekening houden met het verwerken van hemelwater op eigen terrein door middel van infiltratie (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin). Daarvoor geldt een minimale bergingscapaciteit van 10 mm. Hiermee wordt grofweg 90% van alle buien geinfiltreerd op de plek waar de druppel valt en dit beperkt het plaatsen van kunststof(kratten) in de grond. Deze bergingseis geldt voor alle nieuwe verharding (berekend over het verhard oppervlak van de vergunningplichtige activiteiten, veelal het dakoppervlak). Het overtollige hemelwater stroomt zoveel mogelijk bovengronds zichtbaar af naar oppervlaktewater of openbare voorziening. De lozingspunten mogen het beheer en het onderhoud van watergangen daarbij niet belemmeren. Bij projectmatige nieuwbouw (geldt ook herstructurering, vervangende nieuwbouw, grootschalige (woning-)renovaties) moet de ontwikkelaar/ eigenaar het hemelwater binnen de grenzen van het plangebied verwerken. Dit kan middels infiltratie- of retentievoorzieningen en moet voldoen aan de bergingseis van 60mm in het kader van de Watertoets (zie onderstaand kader). In de berekening mag wel infiltratie (mits goed onderbouwd) worden meegenomen, over een tijdschaal van 24 uur. Aanvullend daarop geldt vanuit de gemeente de minimale bergingeis van 10mm op eigen perceel. Dit maakt onderdeel uit van de totale bergingseis van 60mm. De dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater dient tevens in overleg met het waterschap te worden bepaald in het kader van de Watertoetsprocedure. Daarbij kan in overleg met het waterschap worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Bouwpeil Bij bouwplannen is een goede aansluiting van belang tussen het bestaande openbaar of particulier gebied en het uitgegeven gebied. Daarnaast heeft het bouwpeil invloed op de ontwateringsdiepte en op de gevoeligheid van gebouwen voor waterschade als er bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Het minimaal benodigde bouwpeil dient te worden afgestemd met de gemeente. Om goede afstemming te borgen, vraagt de gemeente voor in- en uitbreidingplannen een gedetailleerd hoogteontwerp die ter toetsing ingediend moet worden. Na goedkeuring wordt het bouwpeil in mNAP door de gemeente verstrekt. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij (vervangende) nieuwbouw de begane grond vloer van het gebouw ten minste 20 cm boven boven de kruin van de weg gebouwd. Duurzame bouwmaterialen De gemeente heeft aandacht voor duurzaam bouwen onder andere op het gebied van materiaalgebruik. Verder volgt de gemeente de landelijke ontwikkelingen op het gebied van materiaal toepassingen (met oog op circulariteit) en staat open voor nieuwe innovatieve systemen voor omgang van hemelwater. De keuzes en uitgangspunten staan beschreven in het Programma van Eisen Inrichting Infrastructuur en Openbare Ruimte en worden hierin periodiek geactualiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel