Uitgangspunt is dat een jaarlijkse subsidie alleen wordt geïndexeerd als de aanvrager kan onderbouwen dat indexatie nodig is. De aanvrager dient hiervoor een korte uitleg te geven waarom er geïndexeerd zou moeten worden, dit kan bijvoorbeeld door te verwijzen naar het verschil in de begroting tussen het komende jaar (subsidieaanvraagjaar) en het voorgaande jaar. Professionele instellingen met personeelskosten die meer dan 50% van de totale kosten uitmaken, geven aan met welke wettelijke en CAO-loonstijgingen zij te maken hebben. De subsidie voor deze professionele instellingen wordt namelijk geïndexeerd op basis van de loonstijgingen. De overige subsidieaanvragers, die te maken hebben met hogere kosten vanwege prijsstijgingen, verwijzen in hun onderbouwing naar de Consumentenprijsindex (CPI). Voor hen wordt de CPI van het voorafgaande jaar van het moment van aanvragen toegepast. Er vindt geen verrekening plaats op basis van de werkelijke prijsindex van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.