Naar hoofdinhoud
In dit artikel wordt bepaald dat de ambtenaar geen gezichtsbedekkende kledingstukken mag dragen.Met deze bepaling wordt indirect onderscheid naar godsdienst gemaakt en een dergelijk onderscheid is alleen geoorloofd als hiervoor een objectieve rechtvaardiging aanwezig is. Deze rechtvaardiging is gelegen in het feit dat het in onze organisatie van belang is dat wij “open” en transparant met zowel onze klanten als onze collega’s kunnen communiceren. Belangrijke elementen hierbij zijn dat gesprekspartners elkaar goed kunnen zien en dat het mogelijk is om bij het communiceren de gezichtsuitdrukking en de articulatie van de betrokkenen waar te nemen (de zgn. non-verbale communicatie). Dit betekent dat medewerkers geen kledingstukken mogen dragen die het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekken, zoals de gezichtsbekkende chador of burka, aangezien deze kledingstukken de communicatie en identificatie ernstig bemoeilijken.

Rechtspraak bij dit artikel