**1..** Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.
** 2. .** Een omgevingsvergunning voor het vellen van een boom of een houtopstand wordt geweigerd, indien de belangen tot verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de boom of de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden:
natuurwaarden en waarden voor de biodiversiteit;
milieuwaarden en waarden voor klimaatverandering;
landschappelijke waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads - en dorpsschoon;
waarden voor gezondheid, recreatie en leefbaarheid.
** 3. .** De beoordeling maakt onderscheid in de waardering tussen hoofdgroenstructuur, bijzondere bomen, omgevingsbomen en herplantbomen:
bomen in de hoofdgroenstructuur hebben de hoogste waardering en worden in beginsel niet gekapt;
voor bijzondere bomen en herplantbomen geldt een hoge waardering en
omgevingsbomen hebben een basiswaardering.
** 4. .** Een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand wordt verleend, als:
de houtopstand ernstig gevaar of onrechtmatige hinder veroorzaakt en/of
een groot maatschappelijk belang zwaarder weegt dan de waarden in lid 2
behoud of versterking van de hoofdgroenstructuur zwaarder weegt dan behoud van een individuele boom in deze hoofdgroenstructuur.
** 5. .** Een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien de aanvraag is ingediend vanwege:
lichte tot matige hinder, die van eenieder gevergd kan worden, zoals naald-, blad-, zaad-, pluizen, vruchtval, honing- of roetdauw, schaduwhinder in tuin of op erf, bij tijdelijke schaduw in een hoofdverblijfruimte;
belemmering van de opbrengst van zonnepanelen die geplaatst zijn of worden in de (toekomstige) schaduw van een aanwezige houtopstand;
de aanwezigheid van hinder veroorzakende dieren, zoals eikenprocessierupsen, teken, hoornaars, vogels, eekhoorns of marters.