Het uitvoeren van de water- en rioleringstaken is een continu proces. In hoofdstuk vijf worden de reguliere taken beschreven die deel uitmaken van dit proces. Elke tijd
brengt ook zijn eigen ontwikkelingen en thema’s met zich mee die om extra aandacht en/ of nieuwe kaders vragen. Er worden op dit moment vijf kernthema’s onderscheiden waar dat voor geldt, dat zijn:
Kwetsbaarheid en samenwerking
Klimaatadaptatie
Ketensturing
Waterkwaliteit
Duurzaamheid
Voor de vijf thema’s geldt dat ze de komende jaren om een extra inspanning vragen en tot een aanpassing van de werkwijze zullen leiden. Door ze apart te benoemen en er de komende jaren extra aandacht aan te geven zullen ze over vijf jaar volledig geïntegreerd zijn in het reguliere werkproces.
3.3.1. Kwetsbaarheid en samenwerking
Het thema kwetsbaarheid speelt al langere tijd in het vakgebied water en riolering. Onder kwetsbaarheid wordt verstaan:
Beperkte personele capaciteit
Een breed taakveld dat door slechts enkele medewerkers wordt uitgevoerd
Beperkte beschikbaarheid van vakmensen
Vacatures vragen daarom altijd om een kwalitatief goede invulling. Door de breedte van het taakveld is specialistische kennis moeilijk te ontwikkelen, dit gaat dan al snel ten koste van andere belangrijke taakonderdelen. Personeel dat werkt binnen het taakveld wordt betaald uit de rioolheffing. De laagste rioolheffing kan worden bereikt door een optimum te zoeken tussen benodigde capaciteit en efficiënte en doelmatige uitvoering van taken en maatregelen. Voldoende capaciteit is dus een belangrijke voorwaarde voor een betaalbare rioolheffing.
De geringe beschikbaarheid van vakmensen wordt optimaal benut door de volgende strategieën te hanteren:
Ervoor zorgen dat de capaciteit op orde is en deze goed is afgestemd op de wijze van uitvoering van taken en regievoering.
Interne samenwerking binnen de gemeente goed laten verlopen.
Samenwerken met het waterschap en andere gemeenten om kennis te delen en waar mogelijk elkaars capaciteit te benutten, taken gezamenlijk uit te voeren en gezamenlijk projecten uit te voeren.
Taken uitbesteden aan de markt of in samenwerking gezamenlijk op te pakken. Voor deze strategieën speelt de samenwerking in de waterketen in de regio Groningen en Noord-Drenthe en in het cluster Kop van Drenthe een belangrijke rol.
3.3.2Klimaatadaptatie
Het klimaat verandert. Gemeenten en waterschap zijn al een aantal jaren bezig om zich hierop aan te passen. De landelijke aanpak via het Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie geeft richting aan de opgaven voor gemeenten, waterschappen en andere betrokken overheden. Een van de eerste opgaven die hieruit voortkomt, betreft de klimaatstresstesten. In 2019/ 2020 zijn deze uitgevoerd door waterschap Noorderzijlvest. De stresstesten zijn aangepakt conform de Nationale Adaptatie Strategie (NAS).
De klimaatstresstesten brengen een groot aantal risico’s in beeld. Welke risico’s accepteren we, en waar grijpen we in? Via ‘risicodialogen’ zijn de gemeenten het maatschappelijke debat over dit thema gestart. De resultaten hiervan zullen, gecombineerd met de stresstesten, de basis van de gemeentelijke uitvoeringsagenda gaan vormen. Er wordt ingezet op een integrale aanpak, zowel wat betreft hitte en droogte als voor heviger neerslag.
Het klimaatbeleid vraagt om aanscherping van de beleidsuitgangspunten en werkwijze rond de risico’s van hitte, droogte en wateroverlast. We willen de kans op schade en ernstige overlast bij zware buien verminderen. Dat vraagt om een integrale aanpak van ontwikkelingsplannen, waarbij we in een vroeg stadium in gaan zetten op klimaatbestendig ontwerpen.
De stresstesten uit 2020 hadden tot doel de invloed van klimaatverandering in beeld te brengen en bewustwording voor de gevolgen te vergroten. De testen omvatten analyses en modelberekeningen en monden uit in kaartbeelden, die inzicht geven in potentiële negatieve gevolgen of schade, zoals:
Het ontstaan van hitte-eilanden met mogelijke negatieve gevolgen voor gezondheid voor bepaalde risicogroepen.
Aantasting van recreatievoorzieningen door hitte (recreatielocaties met hittestress overdag).
Gevolgen van bodemdaling door droogte (kwetsbare gebouwen, paalrot en infrastructuur).
Gevolgen van droogte voor stedelijk groen, natuur en landbouw.
Gevolgen van overstroming en van wateroverlast voor vitale infrastructuur, wegen, tunnels, voorzieningen, objecten.
Schade aan gebouwen, auto’s etc. als gevolg van wateroverlast.
Potentieel onbegaanbare wegen als gevolg van wateroverlast.
In 2020 is een start gemaakt met de risicodialoog: het bespreken van de stresstesten in thematische bijeenkomsten met in- en externen over veiligheid, recreatie, natuur en landbouw, water en stedelijk gebied. Aan de hand van deze bijeenkomsten worden de stresstesten op basis van gezond verstand en gebiedskennis bijgesteld. Op basis van rapportage van de risicodialoog wordt in 2021 een ‘klimaatagenda’ opgesteld waarin de maatregelen en de klimaatstrategie worden beschreven.
De klimaatagenda heeft raakvlakken met veel disciplines. Water is een van de hoofdthema’s, een deel van de maatregelen zal daarom uit de rioolheffing worden bekostigd. Daarbij is een integrale aanpak met wege n en groen essentieel. Daarom wordt ook in de beheerplannen voor deze onderdelen uitwerking gegeven aan klimaatadaptatie.
3.3.3Ketensturing
Onder ketenoptimalisatie verstaan we de afstemming binnen de afvalwaterketen. Deze keten is het geheel van riolering en afvalwaterzuivering: van de rioolaansluiting tot met de lozing van het gezuiverde rioolwater. De afvalwaterketen is in de loop van vele decennia steeds complexer geworden, omdat steeds weer nieuwe uitbreidingen zijn toegevoegd, omdat normen en inzichten zijn veranderd en omdat het systeem twee beheerders kent: de gemeente en het waterschap. Van samenwerking op systeemniveau is lange tijd maar beperkt sprake geweest. Pas vanaf 2011 wordt serieus werk gemaakt van de ketenbenadering, in de verwachting dat hierdoor flink bespaard kan worden op kosten, energie en grondstoffen.
De afgelopen periode hebben de gemeente en het waterschap geïnvesteerd in samenwerking. Dat geldt met name voor de optimalisatie van het afvalwatersysteem (OAS).
In de regionale samenwerking in de waterketen neemt de gemeente deel in de projecten meten en monitoren, gezamenlijk gegevensbeheer en de waterketenkaart. Deze gezamenlijke projecten worden de komende jaren verder uitgebouwd. Dit is te lezen in het regionale programma: “Ons water centraal”. De regionale projecten zijn allemaal voorwaardelijk voor het uitvoeren van ketenoptimalisatie.
Het uiteindelijke doel is om de afvalwaterketen zo te organiseren dat de hoogst mogelijke (water)kwaliteit wordt bereikt tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Daarbij wordt gestreefd naar het laagst mogelijke energieverbruik en een zo groot mogelijke benutting (terugwinnen) van grondstoffen en energie uit afvalwater.
3.3.4Waterkwaliteit
Water is onmisbaar voor de natuur, de landbouw en de leefomgeving. Schoon, helder water is een belangrijke kwaliteit in de woonomgeving. Het leidt tot woongenot en een hogere waarde van aanliggend vastgoed.
In het verleden zijn veel vijvers in het stedelijk bebouwd gebied aangelegd als verlengstuk van de riolering. Als gemengde rioolstelsels tijdens een flinke bui vol zijn gelopen met regenwater, moet dat tijdelijk ergens worden geborgen. Veelal gebeurt dat (ook nu nog) in de bergingsvijvers in stedelijk gebied. Tussen 1990 en 2000 is een omslag gemaakt naar het toepassen van gescheiden rioolstelsels. Hierin wordt het regenwater aan de bron gescheiden van het afvalwater en rechtstreeks naar oppervlaktewater afgevoerd. Nieuwe wijken zijn op deze manier aangelegd.
De gemeente is eigenaar van het meeste water in het bebouwd gebied, wat we aanduiden met de term ‘stedelijk water’. Het waterschap is eigenaar voor het hoofdwatersysteem (in landelijk, maar ook in bebouwd gebied) en het water in het landelijk gebied. Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit (te veel of te weinig). In het bebouwd gebied werken gemeente en waterschappen samen aan het realiseren van een goede waterkwaliteit.
3.3.5Duurzaamheid
Duurzaam waterbeheer zet in op natuurlijke processen om de (ecologische) waterkwaliteit zo hoog mogelijk te houden. “Wat schoon is schoonhouden” is uitgangspunt, en de menselijke invloed op het watersysteem zo klein mogelijk maken. Daarbij passen een laag (drink)waterverbruik en een brongerichte benadering van het af te voeren grond- en regenwater.
In het regionale programma “Ons Water Centraal” is duurzaamheid een speerpunt: Duurzaamheid moet worden versterkt in beleid en projecten. Voor 2025 moet er een helder beeld zijn van de mogelijkheden van energiebesparing, energie opwekken, hergebruik drink/ industriewater, minimale inzet van chemicaliën, optimale afstemming van milieutechnisch functioneren van riolering in relatie tot afstelling van gemalen en zuiveringen. Dit wordt afgestemd met de Regionale Energie Strategie (RES). Duurzaamheid is randvoorwaarde bij de implementatie van maatregelen voor klimaatadaptatie en voor de integrale invoering van de Omgevingswet.
Nauw verweven met duurzaam waterbeheer zijn klimaatadaptatie, verbetering van de waterkwaliteit en ketenoptimalisatie. Veel maatregelen uit de voorgaande paragrafen dragen hieraan bij.
Duurzaam waterbeheer is bij uitstek ook een thema dat verbonden is met maatschappelijke ontwikkelingen, natuur- en groenbeheer en de kwaliteit van de woonomgeving. Het is logisch om daarin als gemeente samen met de inwoners op te trekken.
De afgelopen jaren zijn we anders naar het afvalwatersysteem gaan kijken. Door te scheiden aan de bron kunnen we uit het geconcentreerde afvalwater nuttige stoffen terugwinnen en opnieuw gebruiken, als onderdeel van de circulaire economie. Op steeds meer plekken wordt uit afvalwater schoon water gewonnen, en stoffen als fosfaat en cellulose. Ook winnen we al warmte uit het riool. De waterschappen zijn druk met de ontwikkeling van de Energie- en grondstoffenfabriek: www.efgf.nl.
De duurzaamheid van het watersysteem is in sterke mate afhankelijk van hoe de gebruikers, de inwoners en bedrijven, hiermee omgaan. Duurzaam gebruik en gedrag stimuleren levert een belangrijke bijdrage.
Het afvalwatersysteem is gebouwd op duurzame principes: een laag energiegebruik en een lange levensduur. Toch dateert een groot deel van het systeem uit tijden dat het begrip duurzaamheid zoals wij dat nu hanteren, nog niet bestond. Door de ontwikkeling van inzichten, maar vooral ook van technieken, zien we nu in dat er ook in het afvalwatersysteem winst te boeken is.
De belangrijkste duurzaamheidsdoelen zijn:
Scheiden aan de bron, wat schoon is schoonhouden. Sturen op samenstelling afvalwater.
Duurzaam materiaalgebruik, gericht op een lange levensduur.
Energie besparen.
Grondstoffen en warmte terugwinnen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Kernthema’s
Onderdeel van Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan Gemeente Noordenveld 2022 - 2026