Op grond van de Verordening wordt een vergoeding verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort die de leerling nodig heeft en van de gewenste richting. Ingeval er sprake is van een crisissituatie blijft de leerling over het algemeen zijn oude school bezoeken, omdat dit voor hem/haar vaak nog de enige stabiele en veilige factor is. Formeel genomen hoeft de gemeente het vervoer naar de oude school niet te vergoeden, omdat dit veelal niet de dichtstbijzijnde toegankelijke is. Om te voorkomen dat de kinderen direct al van school moeten wisselen vergoeden de gemeenten daarop gedurende maximaal zes weken het vervoer naar de oude school. Na zes weken wordt de vergoeding gebaseerd op de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school vanaf de structurele feitelijke verblijfplaats. Indien een leerling tijdelijk ergens anders verblijft in verband met bijvoorbeeld vakantie of afwezigheid in verband met werk of verbouwing aan de woning, wordt er geen leerlingenvervoer verzorgt vanaf het tijdelijke verblijfsadres.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.13.
Vergoeding bij crisissituaties
Onderdeel van Nadere regels bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente Beek 2022