De integriteitscommissie kan besluiten omtrent het in de vergadering behandelde en de inhoud van stukken, die aan de integriteitscommissie worden overgelegd en/of door de commissie worden opgesteld, geheimhouding op te leggen aan de leden van de integriteitscommissie, aan de griffier, aan de extern adviseur als bedoeld in artikel 2, lid 2, alsmede aan derden.
De voorzitter van de integriteitscommissie kan omtrent de inhoud van stukken als bedoeld in het eerste lid voorlopige geheimhouding opleggen. Hij geeft hiervan terstond kennis aan de integriteitscommissie. De voorlopige geheimhouding vervalt indien zij niet aan de integriteitscommissie in haar eerstvolgende vergadering ter bekrachtiging wordt aangeboden.
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze regeling en daarbij de beschikking krijgt over gegevens, waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift te zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zo ver enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze verordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
Hoofdstuk
Artikel 8
Geheimhouding
Onderdeel van Verordening op het Reglement van Orde (RvO) voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de raadscommissies 2022