Om voor een smi in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
het betreffende kind of de betrokken ouder behoort tot de categorie personen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking en waarvoor is komen vast te staan dat een of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken, of
er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is.
Tijdens de periode dat smi is toegekend, doet de ouder alles wat binnen zijn macht ligt om de situatie te verbeteren waardoor de smi zo kort mogelijk nodig is.
Hetgeen in lid 2 wordt beschreven wordt tijdens evaluaties beoordeeld.
Artikel 4