Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Juridisch kader

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

Op standplaatsen is de Dienstenwet van toepassing. In artikel 33 van de Dienstenwet staan de richtlijnen voor het afgeven van vergunningen bij diensten omschreven. Hierin wordt onder andere omschreven dat een vergunning alleen voor bepaalde duur kan worden verleend als het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang, zoals bij standplaatsen het geval is. Een standplaatsvergunning is een schaarse vergunning en het is juridisch gezien alleen mogelijk om vergunningen voor een bepaalde tijd te verlenen. De vergunningen zullen na afloop van de vergunningsperiode worden herverdeeld volgens een objectieve, transparante wijze, die vooraf bekend gemaakt dient te worden. Vrijkomende plaatsen die ontstaan door het opzeggen van een vergunning zullen ook via een procedure als hiervoor bedoeld worden herverdeeld. V.w.b. de vergunningstermijn wordt uitgegaan van het advies dat is gegeven door de VNG op basis van het SEO Economisch Onderzoek (2021). Zij adviseren een vergunningstermijn te hanteren van maximaal 12 jaar. Dit advies neemt de gemeente Meierijstad over. De basis voor een standplaatsvergunning is nu nog artikel 5:18 van de APV. Deze bepaling wordt in verband met de invoering van de Omgevingswet in de loop van 2022 overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. Hierin staat dat het verboden is om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen. Een vergunning kan worden geweigerd als deze in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit. Na de inwerking van de Omgevingswet zal dit het Omgevingsplan zijn. Daarnaast kan een vergunning worden geweigerd als: de standplaats niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. In artikel 1:8 van de APV staan de algemene geldende weigeringsgronden voor vergunningen vermeld. Hierin staat dat een vergunning, dus ook een standplaatsvergunning, kan worden geweigerd: In het belang van de openbare orde; In het belang van de openbare veiligheid; In het belang van de volksgezondheid; In het belang van de bescherming van het milieu; Indien ter verkrijging daarvan onjuiste gegevens zijn verstrekt. Deze weigeringsgronden zullen ook worden opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Naast het feit dat een standplaatshouder moet beschikken over een vergunning om een standplaats in te nemen, dient deze zich te houden aan een aantal, in met name de volgende wetten en verordeningen, gestelde eisen: De Wet Ruimtelijke Ordening c.q. de Omgevingswet; De Winkeltijdenwet; De Warenwet; De Wet Milieubeheer (De Omgevingswet); Overige artikelen Algemene Plaatselijke Verordening Meierijstad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel