Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4.1.

Algemene uitgangspunten (geldend voor alle standplaatsvergunningen)

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Meierijstad

Ook voor standplaatsen op voor publiek toegankelijk particulier terrein moet een vergunning worden aangevraagd. In principe draagt de vergunninghouder zelf zorg voor de benodigde elektriciteit en water. Bij gebruik van gemeentelijke elektriciteits- of watervoorzieningen, mits aanwezig, vraagt de gemeente een marktconforme vergoeding. De actuele tarieven zijn te vinden op www.meierijstad.nl onder ‘standplaats aanvragen’. Bij aanwezigheid van een stroomvoorziening wordt geen toestemming verleend voor een aggregaat. Wenst u gebruik te maken van gemeentelijke elektriciteits- of watervoorzieningen? Neem dan contact op met de gemeente via het algemene telefoonnummer 14 0413 of via het algemene contactformulier. Richt het contactformulier aan de Gemeentewerf of vraag telefonisch naar de Gemeentewerf. De vergunninghouder is verplicht de standplaats persoonlijk in te nemen, dan wel in te laten nemen door degene die als zodanig in deze vergunning wordt vermeld. Door of namens het college kan van deze verplichting in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen (tijdelijk) een andere standplaats aanwijzen. Dit kan o.a. het geval zijn ten tijde van een evenement of (tijdelijke) wegwerkzaamheden. Vergunningsaanvragen worden beoordeeld op de weigeringsgronden in artikel 5.18 van de APV, zoals dat artikel nu luidt of komt te luiden na overgang ervan naar de Verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad. Om in aanmerking te komen voor een vergunning dient de aanvrager handelingsbekwaam te zijn en te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening. Het college kan op grond van artikel 4.84 van de Awb afwijken van het bepaalde in deze beleidsregels als een strikte toepassing ervan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel