Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72 lid 1 van de Wet kinderopvang wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als normbedrag gehanteerd.
Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. De gemeente Buren hanteert daarom vier categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd:
Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Hiervoor geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage).
Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Hiervoor is 2/3 van het normbedrag de richtlijn.
Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Hiervoor is 1/3 van het normbedrag de richtlijn.
Voorzieningen voor gastouderopvang. Hiervoor is 1/5 van het normbedrag de richtlijn. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Hoogte bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Gemeente Buren 2022