Een subsidieontvanger is verplicht om Gedeputeerde Staten binnen twee weken schriftelijk melding te doen, als er sprake is van:
dreigend faillissement of surseance van betaling;
strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot de subsidiabele activiteiten;
strafrechtelijk onderzoek naar de subsidieontvanger;
overheidsoptreden met potentieel grote gevolgen voor de subsidiabel gestelde activiteiten, zoals bestuursdwang, intrekking of weigering van benodigde vergunningen of ander handhavend optreden;
overname door een derde partij van (onderdelen van) de organisatie waar de subsidiabele activiteiten in voorname mate worden uitgevoerd;
overige omstandigheden met een directe en potentieel grote invloed op de mogelijkheden van de subsidieontvanger om de subsidiabel gestelde activiteiten in overeenstemming met de subsidieverplichtingen uit te voeren;
subsidiabele activiteiten die geen doorgang kunnen vinden;
subsidiabele activiteiten die niet binnen de subsidieperiode kunnen worden afgerond;
het meer dan 20% naar boven of naar beneden afwijken van de daadwerkelijke kosten of inkomsten ten opzichte van de begrootte kosten of inkomsten;
wijziging van (toegezegde) externe financiering voor de subsidiabele activiteiten, wanneer dit om een bedrag van minimaal 20% van de subsidiabel gestelde kosten gaat.
Paragraaf 6
Artikel 6.1