Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Bezoldigingsverordening

1.. De ambtenaar heeft aanspraak op een vakantietoelage voor elke maand of gedeelte van een maand waarover hij als zodanig salaris heeft genoten. 2.. De vakantietoelage bedraagt per kalendermaand 8 pct. van het bedrag dat de ambtenaar in die maand aan salaris, vermeerderd met de toelagen waarop de ambtenaar op grond van deze verordening aanspraak heeft, met uitzondering van die bedoeld in artikel 14 van deze verordening heeft genoten, met dien verstande dat aan de ambtenaar die in de van toepassing zijnde maand: a. 21 jaar of ouder is, dan wel b. onder is dan 21 jaar en gehuwd dan wel gehuwd geweest is of ongehuwd is en recht op kinderbijslag heeft en c. gedurende die gehele maand een betrekking met een volledige dagtaak vervult, tenminste een bedrag wordt uitbetaald dat gelijk is aan de voor overeenkomstig rijkspersoneel vastgestelde minimum vakantieuitkering. Indien hij geen volledige dagtaak heeft vervuld, doch bij het vervullen van een volledige dagtaak recht zou hebben op de minimum vakantietoelage ontvangt hij een bedrag dat zich verhoudt tot de minimum vakantietoelage als het gewerkte aantal uren tot de normale werktijd. d. Aan de ambtenaar die jonger is dan 21 jaar wordt tenminste een bedrag uitbetaald gelijk aan de in dit lid bedoelde vakantietoelage verminderd met 7,5 voor elk leeftijdsjaar of gedeelte van leeftijdsjaar dat hij jonger is dan 21 jaar, met dien verstande dat het bedrijf waarop hij alsdan aanspraak heeft naar evenredigheid wordt verminderd bij het vervullen van een onvolledige betrekking. 3.. De vakantietoelage wordt eenmaal per jaar uitbetaald over een periode van twaalf maanden, aanvangende met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. 4.. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantietoelage is betaald en de datum van ontslag, tenzij dit ontslag zonder onderbreking wordt gevolgd door een andere functie bij deze gemeente. 5.. a. De voorgaande leden van dit artikel zijn niet van toepassing op de ambtenaar die wegens verplichte militaire- of daarmee gelijk gestelde dienst, anders dan voor herhalingsoefeningen met verlof zijnde, slechts een bezoldiging heeft genoten tot het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioen- bijdragen. b. De overige ambtenaren op wie de artikelen van het Algemeen Ambtenarenreglement betreffende bezoldiging tijdens militaire dienst van toepassing zijn, wordt een bedrag uitgekeerd dat gelijk is aan het verschil tussen de vakantie-uitkering welke hij uit hoofde van zijn militaire dienst ontvangt en de vakantie- toelage - zo deze hoger is - waarop hij aanspraak zou hebben bij berekening op basis van het salaris, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dat hij zou hebben genoten indien hij in actieve dienst van de gemeente was geweest. 6.. Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders nadere regelen stellen.

Rechtspraak bij dit artikel