Naar hoofdinhoud
Voor de berekening van de subsidiabele loonkosten wordt gebruik gemaakt van de onderstaande ‘vast tarief per uur-systematiek’ en betreft uitsluitend het aantal interne uren dat direct op de subsidiabele activiteiten betrekking heeft en wat blijkt uit een interne adequate urenregistratie. Dit betekent dat er alleen een beoordeling plaatsvindt om de correcte functiegroep te selecteren en dat daar vervolgens een vast uurtarief aan wordt gekoppeld. De maximale subsidiabele kosten per uur bedragen per functiegroep: Vrijwilligers (belastingvrije vrijwilligersvergoeding) : € 5,-* Eigen inbreng als geen sprake is van verloning : € 40-** Ondersteunende functies (bv administratie, secretariaat, projectondersteuning) : € 40,- (schaal 6) Uitvoerende functies (directe uitvoering van de activiteit) : € 54,- (schaal 9) Beleidsmatige functies/ onderzoek : € 68,- (schaal 11) Senior functies/ middel management/ specialistisch onderzoek : € 89,- (schaal 13) Strategische managementfunctie : € 108,- (schaal 15) * Enkel voor zover dit volgens de Belastingdienst belastingvrij vergoed mag worden. Zie hiervoor de website van de Belastingdienst. ** Er wordt geen subsidie verleend voor eigen inbreng. Het tarief voor eigen inbreng wordt alleen gebruikt wanneer een subsidieaanvrager verplicht een eigen inbreng moet inbrengen voor een subsidiabele activiteit.Indien deze eigen inbreng bestaat uit het inbrengen van arbeid, zonder dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst (zoals een zzp’er voor zijn/haar eigen onderneming), wordt de inbreng tegen dit tarief gewaardeerd als eigen inbreng en geldt ook voor inbreng van vrijwilligers als cofinanciering. Kosten per uur die de bovengenoemde uurtarieven overstijgen, komen niet in aanmerking voor subsidie. In bovengenoemde tabel zijn de opgenomen uurtarieven/schalen overgenomen uit de geldende Handleiding Overheidstarieven 2023 (tabel 2.1 gemiddelde directe loonkosten per salarisschaal, kolom 2 uurtarief productieve uren exclusief BTW). Na 2023 zijn de tarieven van toepassing uit de dan geldende Handleiding Overheidstarieven. Indien functies niet direct onder te brengen zijn onder één van bovengenoemde functiegroepen, wordt in overleg met de provincie bepaald welke functiegroep het meest passend is. Hierbij wordt in ieder geval geen functiegroep gekozen met een hoger tarief dan het tarief dat het meest in de buurt komt van de werkelijke directe loonkosten per uur, berekend volgens de systematiek van tabel 2.1 van de dan geldende Handleiding Overheidstarieven. Van bovengenoemde tarieven kan alleen worden afgeweken als hogere regelgeving of specifieke (landelijke) afspraken dit voorschrijven. De doorberekening van loonkosten dient met aantal uren maal tarief per functiegroep in de aanvraag te worden opgenomen. Bij de uren kan naar evenredigheid worden uitgegaan van 1363 productieve uren op jaarbasis bij een 36-urige werkweek. Na 2023 zijn de productieve uren van toepassing uit de dan geldende Handleiding Overheidstarieven. Organisaties die tarieven hanteren die gebaseerd zijn op de integrale kostprijs systematiek (IKS) mogen deze ook gebruiken bij projectaanvragen bij de provincie Utrecht. Voorwaarde is dat de onderliggende toerekening systematiek die de basis vormt om tot deze tarieven te komen zijn getoetst en akkoord bevonden door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het akkoord van RVO van de systematiek wordt overgedragen aan de provincie, inclusief de bijbehorende gehanteerde tarieven voor het betreffende jaar. Op basis van periodieke updates van RvO toetst de provincie of de goedgekeurde systematiek nog geldend is en de juiste tarieven worden toegepast. Het maximum IKS-tarief bedraagt € 130,-.

Rechtspraak bij dit artikel