Naar hoofdinhoud
Voor elke organisatie die exploitatiesubsidie ontvangt, wijst de provincie een vaste ambtelijke accounthouder aan. Accounthouders hebben de volgende taken: Het zicht krijgen op de werkwijze en de resultaten van de organisatie in het kader van de gemaakte afspraken, zonder zich direct te bemoeien met de uitvoering; Het indien nodig bijsturen, eventueel na overleg op bestuurlijk niveau; Het tenminste twee keer per jaar voeren van een beleidsinhoudelijk monitoringsgesprek met de organisatie, waarvan de uitkomsten in verslagen worden vastgelegd; Het voorbereiden van het bestuurlijk overleg en het tijdig zorgen van verslaglegging daarvan middels een besluitenlijst; Het fungeren als contactpersoon tussen organisatie en provincie voor alle inhoudelijke en organisatorische zaken; Het afstemmen van uitvoeringsaspecten met het subsidieloket; Het overleggen met de subsidieontvanger over de evaluatie van beleid en uitvoering; Het in de subsidiebeschikking aangeven in hoeverre de bepalingen van deze leidraad van toepassing zijn. De accounthouder zorgt binnen de provincie voor terugkoppeling en afstemming met andere inhoudelijk bij de betreffende organisatie betrokken beleidsmedewerkers. Voor de noodzakelijke balans tussen enerzijds ingewerkt zijn in het werkveld en anderzijds met een frisse blik naar de gesubsidieerde instellingen kunnen kijken, is het gewenst dat een accounthouder in principe voor maximaal twee subsidiecycli gekoppeld wordt aan dezelfde instelling maar als de situatie hierom vraagt kan hiervan worden afgeweken.

Rechtspraak bij dit artikel