Het college zorgt ervoor dat het voldoende zicht heeft op de voortgang van het voldoen aan de inburgeringsplicht door de inburgeringsplichtige en voert hiertoe periodiek voortgangsgesprekken met inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt.
In het PIP wordt vastgesteld welke begeleiding en ondersteuning er nodig is om de inburgeringplicht te behalen.
Het college wint bij de organisaties die bij het inburgeringtraject zijn betrokken informatie in die relevant om zicht te houden op de in het eerste lid bedoelde voortgang.
Tijdens het voortgangsgesprek komen onder andere de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige.
Als het voortgangsgesprek daartoe aanleiding geeft kan het PIP geheel of op onderdelen worden aangepast. Indien onderdelen opgenomen in de beschikking worden aangepast, dient een nieuwe beschikking te worden vastgelegd.
De gemeente is verantwoordelijk voor het handhaven van de inspanningsplicht van de inburgeringsplichtige. De inburgeraar heeft de plicht om:
Na de oproep te verschijnen bij en mee te werken aan de brede intake (inclusief de leerbaarheidstoets). Wanneer de inburgeringsplichtige niet binnen de gestelde termijn verschijnt of onvoldoende meewerkt geeft de gemeente een schriftelijke waarschuwing.
De afspraken in het PIP na te komen. Dit betekent: verschijnen bij voortgangsgesprekken, deelnemen aan de afgesproken activiteiten voor de MAP, deelnemen aan de afgesproken activiteiten van het PVT, deelnemen aan activiteiten in het kader van de leerroute, meewerken aan de geboden begeleiding en inspannen om de trajecten succesvol te doorlopen.
Als de inburgeringsplichtige verwijtbaar na de tweede oproep voor de brede intake niet binnen de gestelde termijn verschijnt of onvoldoende meewerkt aan de brede intake legt de gemeente een boete op en wordt de inburgeraar opnieuw uitgenodigd voor de brede intake. De nieuwe termijn is hiervoor ten hoogste twee maanden. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit.
Als een inburgeringsplichtige na de derde oproep niet binnen de gestelde termijn verschijnt of onvoldoende meewerkt aan de brede intake, legt de gemeente opnieuw een boete op.
De gemeente legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.
Als de inburgeringsplichtige verwijtbaar niet meewerkt aan de uitvoering van het PIP wordt een boete opgelegd. De gemeente ontvangt hiervoor van lokale betrokkenen gegevens over de voortgang van de opgestelde doelen in het PIP. Het bedrag van de boete is maximaal €800,- binnen twaalf maanden en in totaal maximaal €2.400,- gedurende de reguliere inburgeringstermijn. Dit bedrag wordt stapsgewijs opgebouwd en is gebonden aan de mate van verwijtbaarheid. In artikel 7.1 van het besluit staat de opbouw van de boetes weergegeven.
Wanneer er tussen twee overtredingen een tijdsbestek is van meer dan twaalf maanden, dan begint de opbouw opnieuw.
Wanneer er door DUO een verlenging van de inburgeringstermijn opgelegd wordt, dan is de gemeente opnieuw verantwoordelijk voor de handhaving van de inspanningsplicht met betrekking tot het nakomen van de afspraken van het PIP.
Wanneer er een boete opgelegd wordt, geeft het college dit door aan DUO via het Portaal Inburgering. Ook informatie over eventuele bezwaar en beroep wordt hierin vastgelegd.
Artikel 9.
Begeleiding en bewaking voortgang
Onderdeel van Beleidsregels Inburgering Gemeente Wageningen 2022