In deze verordening en bepalingen die daarvan zijn afgeleid wordt verstaan onder:
Adviesraad Sociaal Domein: een groep inwoners die door het college Borger-Odoorn wordt betrokken bij beleidsvoornemens in het kader van de Participatiewet, de Wmo-2015, de Jeugdwet en de Wet sociale werkvoorziening (WSW).
Bijdrage: bijdrage in de kosten volgens artikel 2.1.4, eerste lid, van de Wmo 2015. Binnen de Jeugdwet is geen bijdrage verschuldigd;
Bouwsteen: niveau van ondersteuning zoals staat in de “raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen Wmo 2021” van de colleges Borger-Odoorn en Coevorden;
Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, eventueel samen met het sociale netwerk, van de jeugdige;
Gebruikelijke hulp: hulp die het sociale netwerk van de cliënt of jeugdige in ieder geval moet en kan geven;
Hij: hij of zij;
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning volgens artikel 2.3.2 eerste lid van de Wmo. Of de behoefte van een jeugdige en/of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;
Jeugdige: kinderen en jongeren onder de 18 jaar;
Mantelzorg: alle hulp aan een persoon die voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. De hulp wordt gegeven door iemand uit zijn directe sociale omgeving. Dit is hulp die verdergaat dan de zogenoemde gebruikelijke hulp en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
Module: niveau van ondersteuning zoals staat in het inkoopmodel jeugdhulp van de zeven colleges in Zuid-Drenthe;
Cliënt: inwoner van 18 jaar of ouder die een melding doet;
Ondersteuningsplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de client, de jeugdige en/of zijn ouders is vastgelegd. In dit document staan ook de doelen (te bereiken resultaten) en de manier waarop deze bereikt kunnen worden. Ook staat hier in op welke manier het college, de cliënt, de jeugdige en/of zijn ouders en zijn sociale netwerk hieraan een bijdrage kunnen leveren;
Onderzoek: onderzoek volgens artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015 of volgens de Jeugdwet;
Ouders: dit zijn de gezaghebbende ouder, adoptief ouder, stiefouder of een ander die een jeugdige verzorgt en opvoedt alsof de jeugdige behoort tot zijn gezin, maar geen pleegouders;
Persoonlijk plan: plan zoals staat in artikel 2.3.2. lid 2 van de Wmo 2015;
Persoonsgebondenbudget (pgb): een budget (volgens artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en artikel 8.1.1 van de Jeugdwet) dat door het college wordt verstrekt aan een cliënt, jeugdige en/of zijn ouders. Met dit budget kunnen zij van derden hulp krijgen, die onder een maatwerk voorziening valt;
Respijtzorg: de tijdelijke overname van hulp en ondersteuning om de mantelzorger te ontlasten. Respijtzorg kan alleen als maatwerk worden ingezet. Dit betekent dat dit alleen kan als er geen vrijwilliger is die de hulp en ondersteuning van de mantelzorger kan overnemen door de soort hulp of ondersteuning die nodig is;
Sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de cliënt, de jeugdige of ouder een sociale relatie heeft.
In deze verordening en de bepalingen die daarvan zijn afgeleid wordt onder voorzieningen verstaan:
Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking. Hij is algemeen verkrijgbaar en niet of niet veel duurder dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. Hij valt dus niet onder de verantwoordelijkheid die het college heeft vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
Algemene voorziening: het aanbod van diensten of activiteiten (zoals staat in de Wmo 2015 of Jeugdwet) dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is;
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo of Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
Eigen kracht: met gebruikelijke hulp, algemeen (gebruikelijke) voorzieningen, mantelzorg of met hulp van zijn sociale netwerk zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren,
Individuele voorziening en maatwerkvoorziening:
**1..** Een individuele voorziening is een voor de jeugdige of zijn ouders passende jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt. Deze voorziening is niet vrij-toegankelijk;
**2..** Een maatwerkvoorziening zijn alle diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen (zoals opgenomen in de Wmo 2015) dat is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon. Die andere maatregelen zijn maatregelen voor:
het verbeteren van de zelfredzaamheid. Hieronder valt ook kortdurend verblijf in een instelling om de mantelzorger te ontlasten en het vervoer dat daarvoor nodig is,
participatie, hieronder vallen ook het vervoer dat daarvoor nodig is.
beschermd wonen een maatschappelijke opvang
**3..** Een maatwerkvoorziening wordt door het college verstrekt in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget en zijn niet vrij-toegankelijk.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.