Als op een jeugdige een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is dan stelt het college een vervangende bijdrage voor zak- en kleedgeld ter beschikking. Het doet dit als de voogd, waar de jeugdige onder toezicht staat, structureel geen bijdrage voor zak- en kleedgeld van de onderhoudsplichtige ouders krijgt. De hoogte van deze vervangende bijdrage is maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet. De bijdrage wordt betaald aan de voogd van de jeugdige of aan de instelling waar de jeugdige woont. De jeugdhulpinstelling moet dan wel aantonen dat zij voldoende heeft geprobeerd de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht.
Om aanspraak te kunnen maken op de bijdrage uit de Regeling zak- en kleedgeld, levert de jeugdhulpinstelling een dossier aan. Hieruit moet blijken dat:
zij ten minste 1 keer de ouders schriftelijk heeft aangesproken op hun onderhoudsplicht en
de ouders geen bijdragen hebben betaald en
de ouders van de jeugdige met onbekende bestemming zijn vertrokken
of
het voor de opvang en hulp aan de jeugdige belangrijk is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden
of
de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan hun onderhoudsplicht. Dit moet blijken uit gegevens die de jeugdhulpinstelling heeft gekregen over hun inkomen en vermogen.
Hoofdstuk 4
Artikel 17
Regeling zak- en kleedgeld voor jongeren met een jeugd- beschermingsmaatregel
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2022