De burgemeester acht een hond hinderlijk in de zin van de artikel 2:59 en 2:59a Apv, als
Een hond een persoon of een ander dier bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen.
De hond met enige regelmaat (vaker dan twee keer) ontsnapt uit een woning, tuin of vanaf een erf en daarbij op enige wijze passanten en/of andere dieren lastigvalt.
De hond tijdens het uitlaten met enige regelmaat (vaker dan twee keer) losbreekt en passanten en/of andere dieren lastigvalt.
De burgemeester geeft de eigenaar of houder van de hond een waarschuwing en kan daarbij een aanlijngebod opleggen. Het aanlijngebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 5 lid 3.