Het belangrijkste onderscheidende kenmerk voor de zone-indeling van de wegbermen is de samenstelling van het wegdekmateriaal. Binnen Zeeland hangt deze samen met de wegbeheerder. Door aanleg van nieuwe wegen zijn wegbeheerder en wegverharding niet 100% aan elkaar gerelateerd.
Daarnaast kan de verkeersintensiteit mogelijk van invloed zijn op de kwaliteit van de wegbermen.
Bij de aanleg van asfaltwegen door het waterschap is in het verleden normaliter gebruik gemaakt van teerhoudend asfalt. Bij ca. 95% van de waterschapswegen ligt geen teerhoudend asfalt meer aan de oppervlakte maar bestaat het huidige wegdek uit een slijtlaag van beton of niet-teerhoudend asfalt.
Onder deze slijtlaag bevindt zich meestal nog wel teerhoudend asfalt.
Een beperkt deel van de waterschapswegen heeft een wegdek van klinkers of kasseien. Analoog aan de voorgaande bodemkwaliteitskaart worden deze aangeduid als elementenwegen.
De wegen die in eigendom en beheer zijn van de provincie Zeeland en van Rijkswaterstaat zijn in het algemeen na de 2e wereldoorlog aangelegd. De provincie en Rijkswaterstaat hebben daarbij vanaf het begin geen teerhoudend asfalt gebruikt. Een uitzondering hierop vormt de N59 tussen Zierikzee en Serooskerke.
Op basis van de wegverharding leidt dit tot de volgende onderverdeling:
Voorheen teerhoudende asfaltwegen (asfalt- en betonwegen in eigendom en beheer van het waterschap)
Elementenwegen (in eigendom en beheer van het waterschap)
Niet teerhoudende bitumineuze wegen (met name de wegen in eigendom en beheer van provincie dan wel Rijkswaterstaat).
Deze onderverdeling is in kaart weergegeven in bijlage 3. Bijlage 4 bevat een toelichting op de samenstelling van het GIS-bestand met de wegen uit deze bodemkwaliteitskaart.
De meeste wegen binnen de bebouwde kom zijn in beheer bij de gemeentes. Verder is een aantal wegen in het buitengebied in beheer van de gemeentes. Een deel van de gemeentelijke wegen is in het verleden qua beheer overgegaan van een toenmalig waterschap naar de gemeente. Voor de gemeentelijke wegen wordt ervan uitgegaan dat deze net als de waterschapswegen in het verleden met teerhoudend asfalt zijn aangelegd.
Voor zover gemeentelijke wegen deel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart wegbermen worden deze eveneens tot de voorheen teerhoudende asfaltwegen gerekend.
Wegverharding en wegbeheerder niet 100% gekoppeld door aanleg van nieuwe wegen
In de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen uit 2013 zijn de zones 1:1 gekoppeld aan de wegbeheerders.
Niet alle wegen die tegenwoordig in eigendom en beheer zijn bij het waterschap zijn verdacht voor het gebruik teerhoudend asfalt en slijtslagen in het verleden. In 1991 is het gebruik van teerhoudend asfalt in Nederland verboden. Nieuwe wegen die nadien zijn aangelegd worden daarom tot de niet teerhoudende bitumineuze wegen gerekend (bijvoorbeeld de Bredeweg aan de oostkant van Goes).
In het algemeen waren de waterschapswegen er al voor 1991 en er is niet uitputtend gescreend op jongere wegen.
Verder zijn wegen van de provincie of Rijkswaterstaat door de aanleg van nieuwe wegen in beheer overgegaan naar het waterschap of de gemeente. Een voorbeeld hiervan is de N57 bij Sint Laurens.
In 2013 liep de N57 via Sint Laurens en was deze weg in beheer bij Rijkswaterstaat. Deze weg is destijds opgenomen in de zone ‘bitumineus’. Na de aanleg van de nieuwe N57 is het beheer van deze weg gedeeltelijk overgegaan naar het waterschap en gedeeltelijk naar de gemeente Middelburg. De kwaliteit van de wegbermen verandert natuurlijk niet door de wijziging van de wegbeheerder. Het gedeelte in beheer van het waterschap blijft dus in zone ‘bitumineus’. Het gedeelte in beheer bij de gemeente Middelburg wordt niet gezoneerd, omdat deze gemeente ervoor gekozen heeft alle gemeentelijke wegen niet te zoneren.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Onderscheidende kenmerken voor de zone-indeling
Onderdeel van Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland Actualisatie 2020