De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op de volgende gegevens:
door waterschap Scheldestromen aangeleverde analyseresultaten uit onderzoeken die in de periode 2018 – januari 2020 in opdracht van het waterschap zijn uitgevoerd;
door de provincie Zeeland in februari 2020 aangeleverde rapporten van bodemonderzoeken die in opdracht van de provincie Zeeland zijn uitgevoerd;
partijkeuringen van bermgrond tijdelijk opgeslagen in depots van het waterschap;
aanvullend bodemonderzoek, uitgevoerd in juni – juli 2020.
In totaal vormen deze gegevens een uitgebreidere dataset dan de dataset waarop de bodemkwaliteitskaart uit 2013 gebaseerd was. De gegevens uit 2013 zijn daarom niet meegerekend in de actualisatie in 2020.
Voor de zone ‘C: Elementenwegen’ zijn geen nieuwe onderzoeksgegevens beschikbaar en zijn de resultaten overgenomen uit de bodemkwaliteitskaart uit 2013. Deze zone heeft een gering aandeel in het totale wegenbestand van Zeeland en er is geen reden om een wijziging van de kwaliteit van deze zone te verwachten.
Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten worden afwijkende, hogere concentraties in beginsel alleen buiten de dataset gelaten voor zover deze kunnen worden verklaard door een lokaal afwijkende situatie. Gegevens zijn alleen buiten beschouwing gelaten omdat er geen sprake is van bermgrond of bij bemonstering over een te groot dieptetraject.
Door waterschap Scheldestromen aangeleverde onderzoeksgegevens
In het algemeen betreft dit onderzoeken die zijn uitgevoerd om de Arbo-risico’s in te schatten bij de aanleg van doorgroeiblokken. Deze blokken worden direct aan de rand van de bestaande wegverharding gelegd, zodat de monsters in dat geval in de eerste halve meter vanaf de rand van de bestaande wegverharding worden genomen.
In totaal zijn 57 pdf-bestanden met rapportages aangeleverd. Hiervan bevatten 54 rapporten bruikbare analyseresultaten van bermgrond uit de zone ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’. In totaal zijn dit 131 bermgrondmonsters die geanalyseerd zijn op de stoffen uit het NEN5740-pakket. Deze gegevens hebben een goede geografische spreiding over de provincie.
Door de provincie Zeeland aangeleverde onderzoeksgegevens
De aangeleverde rapporten zijn nagelopen op analyseresultaten van monsters die voldoen aan de definitie van bermgrond uit paragraaf 1.2. Dit leverde een databestand op van 89 bermgrondmonsters uit de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’, die geanalyseerd zijn op de stoffen uit het NEN5740-pakket, afkomstig uit 15 onderzoeksrapporten. Eén van deze monsters is tevens geanalyseerd op PFAS. Verder bevatten de provinciale onderzoeken 4 analyses uit de zone ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’.
Een aantal rapporten betreft in situ partijkeuringen waarbij de boven- en ondergrond gemengd zijn (bijvoorbeeld monstername over het dieptetraject 0 – 1,0 m-mv). Deze zijn om deze reden niet bruikbaar voor deze bodemkwaliteitskaart.
Partijkeuringen op PFAS van tijdelijk opgeslagen bermgrond in depots van het waterschap
In totaal zijn dit 42 analyses van bermgrond uit de zone ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen. Dit betreft vooral analyses van gescheiden tijdelijk opgeslagen partijen grond in depots op Tholen en in Zeeuws-Vlaanderen. De rest van de provincie is nauwelijks vertegenwoordigd.
Deze bermgrond is vrijgekomen bij onderhoud van wegbermen waarbij de bovenste 10 à 15 cm van de berm machinaal wordt afgeschraapt.
Aanvullend bodemonderzoek, uitgevoerd in juni – juli 2020
Voor PFAS waren nog niet voldoende gegevens beschikbaar met een goede dekking over de provincie Zeeland. Bijkomend voor de waterschapswegen is, dat de nieuwe onderzoeksgegevens voornamelijk afkomstig zijn uit onderzoeken die zijn uitgevoerd vanuit Arbo-oogpunt bij de aanleg van doorgroeiblokken, ofteweg in de strook binnen 50 à 60 cm van de rand van de asfaltweg. De gehaltes PAK en minerale olie zijn tegen de wegrand aan hoger dan in de bredere bermstrook waaruit de bermgrond afkomstig is die bij onderhoudswerkzaamheden vrijkomt en daarmee minder representatief.
Daarom is in juni-juli 2020 aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd:
20 meetpunten van waterschapswegen, met een steekproef verspreid over Schouwen-Duiveland, Walcheren en Noord- en Zuid-Beveland verdeeld;
19 meetpunten langs provinciale wegen, verspreid over de provincie Zeeland gekozen (op het oog willekeurig verdeeld).
De wegbermen zijn op twee dieptes bemonsterd en geanalyseerd:
0 - 0,15 m-mv
0,3 – 0,5 m-mv
De reden hiervoor is dat in de partijkeuringen van de depots iets hogere gehalten PFOS zijn gemeten dan de achtergrondgehalten die voor het gewone buitengebied van Zeeland zijn bepaald (dat laatste op basis van het dieptetraject 0 – 0,5 m-mv).
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Verantwoording dataset bodemanalyses
Onderdeel van Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland Actualisatie 2020