Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Toepassingseisen voor de wegbermen

Onderdeel van Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland Actualisatie 2020

Voor de wegbermen gelden de volgende toepassingseisen (exclusief PFAS): Zone Ontgravingsklasse Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond Toepassingseis voor overige grond en bagger4 Grond en bagger niet afkomstig uit een in voorliggende bodemkwaliteitskaart gezoneerde wegberm A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen Industrie MaxINDUSTRIE Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen Industrie Zeeuws-Vlaanderen: MaxWONEN overige gemeentes: MaxINDUSTRIE Zeeuws-Vlaanderen: MaxINDUSTRIE overige gemeentes: Achtergrondwaarde, met uitzondering van: PAK-totaal: MaxWONEN Minerale olie: MaxWONEN C: Elementenwegen Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Aan de gekozen toepassingseisen liggen de volgende overwegingen ten grondslag: de mogelijkheid behouden om al of niet gekeurde bermgrond in bermen te kunnen blijven toepassen; per saldo geen verdere verslechtering van de wegbermen; een alternatief creëren voor het gebruik van schone grond bij een lokaal tekort aan bermgrond (toepassing van schone grond is niet duurzaam, omdat belasting vanuit de omgeving en interactie in de bermgrondketen ervoor zorgt dat deze schone grond licht verontreinigd raakt). Voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ gelden in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde andere toepassingseisen dan in Zeeuws-Vlaanderen. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde gelden voor deze zones verschillende toepassingseisen, afhankelijk van of er sprake is van het toepassen van bermgrond dan wel grond die van buiten de bermgrondketen afkomstig is. Deze Lokale Maximale Waarden (LMW) worden verderop nader toegelicht. In Zeeuws-Vlaanderen gelden de toepassingseisen uit het landelijke, generieke beleidskader en worden voor de wegbermen geen LMW vastgesteld. Daarbij hebben de wegen met inbegrip van hun bermen de bodemfunctieklasse industrie. Conform het generieke beleidskader gelden in Zeeuws-Vlaanderen voor de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: niet teerhoudende bitumineuze wegen’ als toepassingseis de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) respectievelijk de Maximale waarden voor Wonen (MaxWONEN) ongeacht of er bermgrond wordt toegepast dan wel sprake is van een toepassing van grond of bagger afkomstig van buiten de wegbermketen. De classificatie van de zone ‘C: Elementenwegen’ op basis van het rekenkundig gemiddelde voldoet aan de Achtergrondwaarde. Voor deze zone geldt in de hele provincie als generieke toepassingseis de Achtergrondwaarde (rekening houdend met de toetsingsregel zoals beschreven in paragraaf 2.2). Toelichting op de Lokale Maximale Waarden (LMW) Het grondverzet in de wegbermen vormt in beginsel een gesloten systeem: bij werkzaamheden vrijgekomen bermgrond blijft binnen de keten van wegbermen. Om deze reden wordt in de gemeentes ten noorden van de Westerschelde onderscheid gemaakt tussen bermgrond, die na tijdelijke opslag weer elders in een wegberm wordt toegepast en de import en export van grond in en uit de keten van bermgrond. Voor het opnieuw in een berm toepassen van grond uit gezoneerde bermen (ongeacht de herkomstzone) gelden voor de zone ‘A: Voorheen teerhoudende wegen’ in de hele provincie als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE). Dit geldt voor alle in de bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. In de gemeentes ten noorden van de Westerschelde geldt voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen een strengere toepassingseis. Voor grond afkomstig van buiten de wegbermketen geldt voor PAK en minerale olie5Voor PAK bedraagt MaxWONEN 6,8 mg/kgds. Voor minerale olie is MaxWONEN gelijk aan de Achtergrondwaarde (190 mg/kgds). als toepassingseis MaxWONEN en de Achtergrondwaarde voor de overige stoffen. Bij de overige stoffen wordt nog wel de toetsingsregel uit de Regeling bodemkwaliteit gehanteerd (zie paragraaf 2.2). Als gevolg van de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit wijkt de ontgravingsklasse van de zone ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ af van de toepassingsklasse. Hierdoor is hergebruik van bermgrond binnen dezelfde zone volgens het landelijke, generieke beleidskader niet meer mogelijk. De gemeenten ten noorden van de Westerschelde kiezen ervoor om in deze zone voor bermgrond de toepassingsnorm te laten aansluiten bij de ontgravingsklasse en dus voor gezoneerde bermgrond ook in deze als toepassingseisen de Maximale waarden voor Industrie (MaxINDUSTRIE) vast te stellen. Dit geldt voor alle in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen stoffen. Voornoemde toepassingseisen gelden ongeacht de bodemfunctieklasse zoals deze voor de omgeving van de wegberm is vastgelegd in de gemeentelijke bodemfunctiekaarten. Voorwaarde voor het vaststellen van deze LMW is, dat met behulp van de risicotoolbox wordt nagegaan wat de gevolgen van deze LMW zijn voor de bodemkwaliteit. De toepassing van de risicotoolbox is opgenomen in bijlage 156Overgenomen uit de bodemkwaliteitskaart uit 2013. De berekeningen zijn niet opnieuw uitgevoerd aangezien het onderliggend risicomodel niet gewijzigd is. . De conclusie van de risicotoolbox is, dat deze LMW geen risico’s opleveren: de bodem blijft duurzaam geschikt voor het betreffende bodemgebruik. Op de LMW wordt de gangbare bodemtypecorrectie toegepast zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. PFAS Voor PFAS gelden de volgende toepassingseisen: Zone Toepassingseis voor gezoneerde bermgrond Toepassingseis voor overige grond en bagger A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds Zeeuws-Vlaanderen: PFOA (som): 7 μg/kgds PFOS (som): 3 μg/kgds Overige indiv. PFAS: 3 μg/kgds overige gemeentes: Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied C: Elementenwegen Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Toepassingsnormen zoals door de gemeente vastgesteld voor het omliggende gebied Voor alle gemeenten in Zeeland zijn (regionale) bodemkwaliteitskaarten voor PFAS opgesteld. Hierin zijn tevens de door de gemeenten gehanteerde toepassingsnormen opgenomen, gebaseerd op de beleidskeuzes uit de gemeentelijke nota’s bodembeheer en het tijdelijk handelingskader voor PFAS van 2 juli 2020 (lit. 12). De toepassingseis voor gezoneerde bermgrond is in alle zones 7 μg/kgds voor PFOA en 3 μg/kgds voor PFOS en de overige PFAS (met uitzondering van de zone C: Elementenwegen). Deze waarden sluiten aan bij de toepassingseisen voor PFAS die de gemeenten in het algemeen hanteren voor gebieden waar de toepassingseisen voor de NEN5740-stoffen klasse Wonen of klasse Industrie zijn. Met deze toepassingseis voor PFAS blijft het gesloten systeem van uitwisseling van bermgrond mogelijk. Voor de zone C: Elementenwegen zijn nog geen PFAS-gegevens beschikbaar. Bij hergebruik van bermgrond binnen deze zone wordt voor PFAS aangesloten bij de toepassingsnormen die de gemeenten voor het omliggende gebied hebben vastgesteld. Net als bij de NEN5740-stoffen wordt in Zeeuws-Vlaanderen bij de zones ‘A: Voorheen teerhoudende asfaltwegen’ en ‘B: Niet teerhoudende bitumineuze wegen’ geen onderscheid gemaakt tussen gezoneerde bermgrond en overige grond en bagger. Voor overige toepassingen van grond en bagger van buiten de bermketen gelden de toepassingseisen zoals de gemeenten die voor het omliggende gebied hebben vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel