Naar hoofdinhoud
Een deelnemer kan uit de regeling treden krachtens een daartoe strekkend besluit van de deelnemer na verkregen toestemming van diens raad. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar in acht genomen, ingaande per 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar. Uittreding is niet eerder mogelijk dan nadat overeenkomstig artikel 35 de deelname aan een samenwerkingsmodule of submodule is beëindigd. Het algemeen bestuur zendt het ontwerp van de wijziging van de regeling door uittreding van een deelnemer toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten voor het geven van een zienswijze door de raden. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend gemaakt aan de voorzitter van het samenwerkingsverband. Een deelnemer kan uit de regeling treden onder betaling van een uittreedsom die gelijk is aan maximaal drie maal de bijdrage die een deelnemer op grond van de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28 tweede en derde lid, van deze regeling verschuldigd was aan het samenwerkingsverband. Daarbij wordt uitgegaan van de meest recent vastgestelde begroting op het moment dat de deelnemer het besluit tot uittreding kenbaar heeft gemaakt. De uittreedsom kan contant gemaakt worden en betaald worden bij uittreding. De MGR draagt er zorg voor om de meerkosten gedurende deze periode van maximaal drie jaar zoveel mogelijk te beperken. Indien de werkelijke kosten na deze periode, of zoveel eerder als mogelijk, lager uitvallen dan de maximale uittreedsom, wordt het verschil verrekend met de uittredende deelnemer.6 5. Het aandeel van de uittredende deelnemer in de bestemmingsreserve wordt in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit aandeel wordt berekend conform de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. Het aandeel van de uittredende deelnemer in de bestemmingsreserve wordt in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit aandeel wordt berekend conform de kostenverdeelsleutel als bedoeld in artikel 28, tweede en derde lid van de regeling. Bij uittreding blijft de uittredende deelnemer maximaal vijf jaar na uittreding aansprakelijk voor het intreden van risico’s voortvloeiende uit de periode dat de betreffende deelnemer deelnam aan de regeling indien en voor zover deze intredende risico’s leiden tot een kostenverhoging voor de basistaken en betrekking hebben op de periode dat de betreffende deelnemer nog deelnemer was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel