**1..** Het college laat giften vrij zolang de gift of giften tezamen per uitkering per kalenderjaar niet hoger zijn dan € 1.200,-. Dit geldt ook voor giften die bedoeld zijn ter ondersteuning van het levensonderhoud.
**2..** Het college merkt het meerdere van de gift of giften boven de € 1.200,- per uitkering per kalenderjaar aan als middel.
**3..** Het maakt geen verschil of de gift in natura wordt gegeven of uit geld bestaat, of eenmalig of periodiek wordt verstrekt.
**4..** De waarde van giften in natura wordt zo nodig bepaald op basis van de waarde in het economische verkeer.
**5..** Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, stichting Leergeld en soortgelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd en worden vrijgelaten.
**6..** Giften met een bepaalde bestemming kunnen buiten beschouwing worden gelaten, als sprake is van noodzakelijke, uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten, waarin wordt voorzien door een gift van een derde. Voorwaarde is dat de gift aantoonbaar wordt aangewend voor dit doel en het college van oordeel is dat vrijlating van deze specifieke gift met de uitkering te verenigen valt.
**7..** Voor de belanghebbende die gedurende het kalenderjaar een uitkering toegekend heeft gekregen, geldt de drempel van € 1.200,- voor de periode vanaf de toekenning tot en met 31 december van het kalenderjaar.
**8..** Het bedrag van de maximale vrijlating uit lid 1 geldt per kalenderjaar. Het is niet mogelijk om een ‘ongebruikt’ deel van de vrijlating mee te nemen naar een volgend kalenderjaar.