De beslissing op de klacht zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze regeling wordt, enkel ingeval er sprake is van een advies tot ongegrondverklaring van de klacht, genomen door de:
secretaris indien het betreft een medewerker werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college;
burgemeester indien het betreft de secretaris;
burgemeester indien het betreft een lid van het college;
voorzitter van de raad indien het betreft de raad, de griffier dan wel een medewerker van de griffie;
loco-burgemeester dan wel de plaatsvervangend voorzitter van de raad indien het betreft de burgemeester.