De wijze waarop de financiële tegemoetkoming wordt vastgesteld moet in de verordening worden bepaald. Delegatie aan het college is niet toegestaan. In de verordening zijn de volgende vaste bedragen aan financiële tegemoetkoming vastgesteld:
De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten bedraagt:
voor een alleenstaande maximaal: € 2.850;
voor een echtpaar maximaal: € 3.450;
voor een meeverhuizend gezinslid maximaal € 600 tot een maximum van € 5.250 per gezin.
De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor taxivervoer bedraagt maximaal € 5.900 per jaar en voor vervoer per rolstoeltaxi maximaal € 7.800 per jaar.
In afwijking van het gestelde in het tweede lid geldt voor kinderen tot 16 jaar onderstaande financiële tegemoetkoming voor vervoer:
0 tot 4 jaar: geen vergoeding
4 tot 12 jaar: per jaar 25% van het normbudget
12 tot 16 jaar: per jaar 50% van het normbudget
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een sportrolstoel of een vergelijkbare sportvoorziening bedraagt € 2.900 voor de periode van 3 jaar. In dit budget is tevens het onderhoud inbegrepen.
Hoofdstuk 3:
Artikel 16.