Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 31

Ruiming graf

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Neder-Betuwe 2022

1.. Het voornemen van het college om een particulier graf te ruimen wordt tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden geruimd schriftelijk bekend gemaakt aan de (voormalige) rechthebbende, wiens adres bij haar bekend is. 2.. Het voornemen van het college om een algemeen graf te ruimen wordt tenminste zes maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf zal worden geruimd schriftelijk bekend gemaakt aan de belanghebbende, wiens adres bij haar bekend is. 3.. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of asbussen, worden begraven respectievelijk verstrooid op een door het college aangewezen gedeelte van de begraafplaats. 4.. De (voormalige) rechthebbende op een particulier graf, particulier kindergraf of particuliere grafkelder kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze in een ander graf opnieuw te doen begraven. Het college bepaalt bij nadere regels in welke gevallen hiervoor toestemming zal worden verleend. 5.. De (voormalige) rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om deze weder in dezelfde ruimte te begraven of te plaatsen dan wel om deze in een ander graf te begraven, in een andere nis te zetten of te doen verstrooien. Het college bepaalt bij nadere regels in welke gevallen hiervoor toestemming zal worden verleend. 6.. De belanghebbende bij een algemeen graf kan gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij de ruiming de overblijfselen te verzamelen voor herbegraving in een particulier graf. 7.. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 4, 5 en 6 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale wettelijke grafrusttermijn van de laatst in gebruik genomen begraaflaag. 8.. De kosten welke gemoeid zijn met de werkzaamheden genoemd onder lid 4, 5 en 6 van dit artikel, komen voor rekening van de rechthebbende van of belanghebbende bij het betreffende graf. 9.. Indien de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is wordt bij het betreffende graf gedurende een jaar een bordje geplaatst ter informatie.

Rechtspraak bij dit artikel