Op basis van de ontvangen melding doet de burgemeester zo spoedig mogelijk een eerste screening. Tijdens de eerste screening worden in ieder geval de melder en de politieke ambtsdrager, tegen wie de melding gericht is, gehoord. Bij de uitnodiging aan de politieke ambtsdrager verstrekt de burgemeester in ieder geval een korte omschrijving van de aard van de melding. De melding zelf wordt niet vooraf verstrekt.
Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt hij een screeningsverslag op en doet melding van zijn conclusies aan degene die de melding heeft gedaan en aan de betrokken politieke ambtsdrager. Het screeningsverslag wordt aan beide partijen verstrekt. Aan de politieke ambtsdrager wordt tevens een kopie van de melding verstrekt.
De melder en de betrokken politieke ambtsdrager kunnen binnen twee weken na ontvangst van het screeningsverslag, via de griffier, het presidium verzoeken te besluiten dat wel een feitenonderzoek noodzakelijk is. Het presidium besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek over het verzoek of kan het besluit eenmaal met twee weken verdagen.
Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat een feitenonderzoek nodig is, stelt hij een screeningsverslag op, dat hij gezamenlijk met een concept-onderzoeksopdracht voorlegt aan het presidium.
Het presidium vergadert binnen twee weken nadat het screeningsverslag en de conceptonderzoeksopdracht zijn voorgelegd.
Het presidium treedt op als klankbord voor de burgemeester ten aanzien van de onderzoeksopdracht, tenzij het presidium op grond van het screeningsverslag tot het oordeel komt dat er geen integriteitsschending heeft plaatsgevonden en er dus geen feitenonderzoek nodig is.
Na de vergadering van het presidium worden de betrokken politieke ambtsdrager en de melder zo snel mogelijk geïnformeerd over de uitkomst van die vergadering. Wordt geen feitenonderzoek ingesteld, dan krijgen zij het screeningsverslag toegezonden (tenzij dit al eerder is toegezonden). Wordt wel een feitenonderzoek ingesteld (ongevraagd door de politieke ambtsdrager en melder), dan krijgen zij het screeningsverslag niet, omdat het onderzoek nog verder gaat.
Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging, onderneemt de burgemeester actie tegen de melder in de vorm van een feitenonderzoek. De persoon tegen wie opzettelijk valse beschuldigingen zijn gedaan, kan daarvan aangifte doen bij de politie.
Hoofdstuk 7
Artikel 20