Naar hoofdinhoud
Van het feitenonderzoek wordt een rapport opgesteld, dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Het rapport bevat in elk geval: de geanonimiseerde melding, de onderzoeksopdracht, het normenkader, een beschrijving van de uitgevoerde onderzoekshandelingen, de bevindingen, een toetsing van de bevindingen aan het normenkader en een conclusie, waarin de vraag of er sprake is van een integriteitschending wordt beantwoord. De burgemeester toetst of de conclusie van het rapport redelijkerwijs kan worden gedragen door de inhoud van het onderzoek en geeft advies over de conclusies en aanbevelingen aan de raad. De burgemeester zendt het onderzoeksrapport ter consultatie aan het presidium. Het rapport wordt gelijktijdig aan de betrokken ambtsdrager aangeboden. De burgemeester voegt aan het onderzoeksrapport een brief toe waarin het proces, dat heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de integriteitsmelding, alsmede zijn advies over de conclusies en aanbevelingen, worden toegelicht. De burgemeester biedt, na consultatie van het presidium, het onderzoeksrapport aan de raad aan. De gemeenteraad bespreekt het onderzoeksrapport – al dan niet in beslotenheid, afhankelijk van de conclusies - rechtstreeks in de eerstvolgende raadsvergadering. Wanneer de betrokken politieke ambtsdrager wethouder is, informeert de burgemeester ook het college over het onderzoeksrapport. De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een motie in te dienen. De politieke ambtsdrager en de melder wordt geïnformeerd over de vergadering van de raad en over de uitkomst daarvan. Toelichting: De artikelen 18 t/m 26 bevatten te nemen processtappen ingeval van het vermoeden van een integriteitsschending door een politiek ambtsdrager. Middels deze gedragscode worden de processtappen vastgelegd. Mocht er ooit een situatie zich voordoen, dan is voor iedereen duidelijk welke procedure wordt gevolgd. Belangrijk is om te benadrukken dat een officiële integriteitsmelding een zwaar middel is dat niet lichtzinnig mag worden opgevat. Waar rook is, is in de beeldvorming al snel vuur. Gewaakt moet worden voor integrisme: de angst om beschuldigd te worden van niet-integer handelen. Daarom zijn de drie principes die zijn beschreven aan het begin van dit hoofdstuk belangrijke uitgangspunten. Melder dient de melding daarom ook onderbouwd op schrift te zetten. Integriteit mag nooit de inzet worden van een politieke strijd. Bij het vermoeden van een opzettelijk valse beschuldiging kan aangifte worden gedaan. In de stappen wordt ervan uitgegaan dat de burgemeester verantwoordelijk is voor het behandelen van de melding van integriteitsschendingen door politiek ambtsdragers. De burgemeester kan door een melding, door eigen waarneming of door berichtgeving van buiten de organisatie kennis nemen van een vermeende integriteitsschending. Feiten en omstandigheden zoals die bekend worden aan de burgemeester, zijn niet altijd zonder meer aanleiding een feitenonderzoek in te stellen. In de opdrachtverstrekking met een externe partij dient aandacht te worden besteed aan de lengte en intensiteit van het onderzoek. Gedurende het proces dient dit te worden gecontroleerd en zo nodig worden bijgestuurd. Het voordeel van het inhuren van een externe partij is dat de onafhankelijkheid en objectiviteit beter gewaarborgd is en een externe onderzoeker naar alle waarschijnlijkheid veel ervaring heeft met integriteitskwesties. Het onderzoek dient zorgvuldig plaats te vinden. Dit houdt in dat alle belangen (de belangen van betrokkene, het belang van het onderzoek, het belang van de organisatie en de belangen van getuigen) worden gewogen. Afhankelijk van de uitkomst wordt het onderzoek in een openbare of besloten raadsvergadering besproken. Het uitgangspunt is wel openbaar tenzij, maar als een beschuldiging ongegrond wordt verklaard kan dit een reden zijn om het rapport in beslotenheid te behandelen en geheimhouding te bekrachtigen. Na beslotenheid kan ook openbaarheid volgen. De raad beslist hierover. Als is komen vast te staan dat een politieke ambtsdrager een regel van de gedragscode heeft overtreden, kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen ervan spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politici en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is de politieke ambtsdrager onder druk gezet door partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal worden aangenomen. Een te lichte sanctie die volgt op een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. Er zijn verschillende ‘sancties’ die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politieke ambtsdragers. Niet alle ‘sancties’ kunnen in de raadsvergadering, waarin het onderzoeksrapport wordt besproken, aan de orde komen of door de raad worden opgelegd. Te denken valt aan: Aanspreken; verzoeken om publieke excuses; schorsing of ontslag van een bestuurder; uit de fractie verwijderen door de eigen partij; afkeuring door partijen; motie van treurnis; motie van afkeuring; motie van wantrouwen; royement van het lidmaatschap van de eigen partij; strafrechtelijke vervolging en veroordeling. Wettelijk kader Artikel X1 Kieswet: Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. Artikel X8 Kieswet: Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel