Naar hoofdinhoud
De burgemeester of wethouder handelen in de uitoefening van het ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. Als een wethouder gedurende het wethouderschap voornemens is om een functie te aanvaarden, te vervullen na het wethouderschap, dan bespreekt deze wethouder dat met de burgemeester. De burgemeester of wethouder is gedurende een jaar na aftreden uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester of wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. Toelichting: In artikel 4 is expliciet opgenomen dat politieke ambtsdragers zelf verantwoordelijk zijn om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. De wetgever geeft aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Als er sprake is van mogelijke belangenverstrengeling dan staat in artikel 5 dat politieke ambtsdragers zich dienen te onthouden van stemming. In het tweede lid is daarbij opgenomen dat onthouding geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming. Beïnvloeding vooraf mag dus ook niet. De afweging om wel of niet mee te stemmen is aan de politieke ambtsdrager zelf. Hij kan daarover advies inwinnen bij de griffier of de burgemeester. Nadrukkelijk moet het gaan om een aannemelijk persoonlijk belang. Anders prevaleert het uitoefenen van het ambt. Artikel 6 betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, burgerleden, wethouders, partijbestuurders, de burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een politieke ambtsdrager te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid, burgerlid, een wethouder en de burgemeester zijn verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Niet alleen bij het begin, maar ook tijdens de uitoefening van het ambt zijn politieke ambtsdragers gehouden nieuwe functies of wijzigingen in de bestaande functies te melden. In artikel 7 is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. Hiermee wordt voor leden van het college mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel