**1..** De wijze van invorderen van de geldwaarde van de ten onrechte genoten individuele maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten PGB (Artikel 13, lid 3) vindt plaats conform artikel 4:92 van de Awb.
**2..** De vastgestelde (gehele of gedeeltelijke) geldwaarde, zoals medegedeeld in het betalingsbesluit, geldt als een opgelegde betalingsverplichting.
**3..** De termijn waarbinnen deze betalingsverplichting moet plaatsvinden is, conform de Awb, in principe zes weken. Hiervan kan afgeweken worden als, op basis van de vastgestelde betalingscapaciteit of voorstel van de belanghebbende, een betalingsregeling conform lid 6 is afgesproken.
**4..** De betalingscapaciteit in het inkomen is gelijk aan het gedeelte van het inkomen dat de beslagvrije voet overschrijdt.
**5..** Elk voorstel van de belanghebbende, waarbij het totaal bedrag van de nieuwe vorderingen in beginsel binnen een termijn van 36 maanden betaald wordt, wordt geaccepteerd.
**6..** Voor zover de belanghebbende beschikt over activa, die nauw samenhangen met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten laste van deze activa.
**7..** Voor zover de belanghebbend beschikt over vermogen (waaronder wordt verstaan alle aan de belanghebbende in eigendom toebehorende roerende en onroerend zaken en vermogensrechten) dat nauw samenhangt met de ontstaansgrond van de vordering, wordt teruggevorderd ten laste van het vermogen voor zover het vermogen na aftrek van alle schulden, uitgezonderd de gemeentelijke vorderingen, een bedrag van € 1.500,- te boven gaat.
**8..** Bij de vaststelling van de betalingsverplichting en de betalingscapaciteit in het inkomen dient rekening gehouden te worden met de bijzondere, financiële en persoonlijke omstandigheden van belanghebbende.