Naar hoofdinhoud
Schriftelijke vragen vallen onder inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169 lid 3, en 180 lid 3 van de wet. Raadsleden dienen deze schriftelijk in bij de griffier, die ze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. Het college dan wel de burgemeester beantwoorden schriftelijke vragen zo spoedig mogelijk en in de regel binnen 30 dagen nadat de vragen bij hen zijn binnengekomen. Een raadslid kan in voorkomende gevallen gemotiveerd verzoeken de vragen met spoed te bant-woorden. Indien beantwoording niet binnen 30 dagen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke orgaan de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. De vragen en antwoorden worden aan de leden toegezonden en openbaar gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel