**1..** Indien de aanvraag voor een oplaadobject kan worden ingevuld door een locatie die in het locatieplan (bijlage 1) als potentiële oplaadlocatie is aangegeven, wordt de aanvraag getoetst aan de volgende criteria:
Inpasbaarheid in het locatieplan
De behoefte aan een oplaadobject, met inachtneming van de reeds aanwezige oplaadobjecten binnen circa 250 meter loopafstand.
Plaatsing van de laadpaal legt geen onevenredig beslag op de aanwezige parkeerruimte, gelet de reeds aanwezige oplaadobjecten in de nabije omgeving.
Het te verwachten verbruik bedraagt meer dan 2.000 kWh per jaar.
De aanvrager is ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen Gouda, of werkt minimaal 18 uur per week, in de gemeente (aantoonbaar)
De ondergrond is eigendom van de gemeente (een laadobject in de openbare ruimte is altijd openbaar en dus niet persoons- en/of adresgebonden.
De beoogd gebruiker kan niet beschikken over een eigen parkeerterrein- of parkeerplaats. Onder eigen terrein worden ook begrepen (VVE) parkeerplaatsen en/of de mogelijkheid tot het huren/kopen van een parkeerplaats in combinatie met een appartement.Indien een beoogd gebruiker beschikt over een eigen parkeerterrein- of parkeerplaats waarbij de eigen stroomvoorziening niet in de directe nabijheid gelegen is, dan kan de beoogd gebruiker een aanvraag voor een openbare laadpaal indienen. De gemeente zal per geval besluiten of de aanvraag voor een openbare laadpaal gegrond is.
De beoogd gebruiker beschikt over een elektrisch voertuig en toont dit aan door middel van een (voorlopige) koop- of leaseovereenkomst.
De beoogd gebruiker beschikt over een parkeervergunning indien het een vergunningverplicht gebied is.
Het oplaadobject kan door meerdere gebruikers worden gebruikt.
**2..** Indien de aanvraag voor een oplaadobject wordt ingediend en de potentiële locaties in het locatieplan (bijlage 1) bieden geen uitkomst, dient de concessiehouder of de concessieverlener een vergunningaanvraag in bij de gemeente Gouda. Deze kan alleen worden verleend indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.1. b t/m j
**3..** indien sprake is van het genoemd in artikel 3, lid 2 wordt ook aan de volgende criteria getoetst:
Het voorkomen van (onnodige) wegopbrekingen (kabels en leidingen KLIC/pre-check).
Het voorkomen van belemmering van doorstroming van het overige wegverkeer, langzame verkeersstromen, etc. De minimale doorgang van het trottoir moet na plaatsing van het oplaadobject en bebording minimaal 120 cm bedragen. In uitzonderlijke gevallen en altijd in overleg met de concessieverlener kan dit minimaal 90 cm zijn.
Gebruiksveilige plaatsing van het oplaadobject gelet op oriëntatie ten opzichte van verkeersstromen.
Minimale kans op beschadigingen door aanrijdingen en beschadiging van boomwortels en bomen.
Technische belemmeringen.
De nabijheid van andere objecten in de openbare ruimte zoals fietsenrekken, vuilcontainers, bomen en straatmeubilair.
Het voorkomen van oplaadlocaties aan hoofdverkeerswegen.
De Concessiehouder stelt zich zo goed mogelijk op de hoogte van eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat Oplaadobjecten op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden.
Het oplaadobject wordt niet geplaatst voor de deur of het raam van een woonhuis.
Het oplaadobject wordt geplaatst op een duidelijk zichtbare plek.
Het oplaadobject wordt niet geplaatst waar met twee banden op het trottoir geparkeerd wordt.
Het oplaadobject wordt ten minste 2 meter van een boom geplaatst en niet tussen het struikgewas of (boom)wortels.
**4..** De concessieverlener behoudt zich het recht voor om, in uitzonderlijke gevallen, een locatie voor een oplaadobject toe te wijzen. Hierbij zal getoetst worden aan de criteria genoemd in lid 1 t/m 3, behoudens 3.1e, 3.1g, 3.1h en 3.1i .
Artikel 3
Toetsingscriteria (vergunning-) aanvraag oplaadobject
Onderdeel van Beleidsregels voor het plaatsen van oplaadobjecten elektrische voertuigen