Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 9.

Criteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2022

1.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid en/of participatie, als de cliënt de beperkingen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: eigen kracht en/of; gebruikelijke hulp en/of; mantelzorg en/of; hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of; algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of; een algemene voorziening zijnde het AutoMaatje. Het AutoMaatje is een vrijwillige vervoersdienst voor en door inwoners van Cranendonck. Inwoners kunnen tegen een geringe vergoeding gebruik maken van deze vervoersdienst. Vrijwilligers rijden met hun eigen auto personen van A naar B. en/of; andere voorzieningen. 2.. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie (resultaat) waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Met een maatwerkvoorziening worden in ieder geval de volgende categorieën maatwerkvoorzieningen bedoeld: rolstoelvoorziening; woonvoorziening/woningaanpassing; verhuiskostenvergoeding; vervoersvoorziening; hulp bij het huishouden; begeleiding Begeleiding A: begeleiding individueel Begeleiding B: begeleiding groep indien noodzakelijk met vervoer (valt buiten het arrangementstarief) Begeleiding C: gespecialiseerde begeleiding Begeleiding D: in uitzonderlijke gevallen (die niet onder begeleiding A, B, of C vallen) Naast begeleiding kan vervoer worden toegekend als cliënt hierin niet zelf kan voorzien kortdurend verblijf. 3.. Bovenstaande categorieën maatwerkvoorzieningen kunnen in onderstaande resultaatgebieden worden ingedeeld: zich kunnen verplaatsen in en om de woning: rolstoel- en woonvoorziening en verhuiskostenvergoeding; zich lokaal kunnen verplaatsen: vervoersvoorziening; kunnen leven in een schoon en leefbaar huis, het beschikken over schone en draagbare kleding, over goederen voor primaire levensbehoeften en het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren: hulp bij het huishouden; het vermogen om zelfstandig te leven en om te kunnen participeren: begeleiding; ontlasting van de mantelzorger: kortdurend verblijf. 4.. Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt in de vorm van natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming indien van toepassing. 5.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. 6.. Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor zichzelf en zijn omgeving is en geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. 7.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. Het toe te kennen aantal kilometers kan in uitzonderingssituaties worden verhoogd, vanwege individuele omstandigheden. Bij een rit met het CVV komen maximaal de eerste 25 kilometer voor vergoeding in aanmerking. Bij samenloop met een andere vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een scootermobiel of driewielfiets wordt het aantal kilometers gehalveerd. 8.. Bij een woonvoorziening/woningaanpassing maakt het college gebruik van een limitatieve lijst. In deze lijst staan de meest voorkomende standaard voorzieningen. Met betrekking tot deze voorzieningen heeft het college prijsafspraken gemaakt met lokale aannemers. Als er voorzieningen niet bij staan dan vraagt het college een offerte hiervan op bij twee aannemers. De limitatieve lijst is als bijlage 1 aan deze verordening toegevoegd. 9.. Bij een complexe woningaanpassing vraagt het college een bouwtechnisch onderzoek bij een externe adviseur. Verder geldt dat het onderstaande voor vergoeding in aanmerking komt: De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking; De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking; Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR 2005 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen; De aantoonbare kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2 procent van de aanneemsom; De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de woningaanpassing; De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; Renteverlies, in verband met het verrichten van een noodzakelijke betaling aan derden voordat het persoonsgebonden budget is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van woningaanpassingen; De prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; De aantoonbare kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; De administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een woningaanpassing, voor zover de kosten onder a tot en met k meer dan € 907,00 bedragen, 10 procent van die kosten met een maximum van € 340,00; Het aantal m2 bij aanbouw van een vertrek en het aantal m2 bij uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek zoals vermeld in bijlage 3. 10.. Voor hulp bij het huishouden wordt gebruik gemaakt van het normeringskader van HHM in samenwerking met KPMG Plexus. In het normeringskader staat per activiteit, de frequentie en het aantal minuten hetgeen nodig is voor de te behalen resultaten. Op die manier wordt een beeld geschetst van de indicatieve tijd die de professionele ondersteuning nodig heeft en kan er per cliënt maatwerk worden geboden. Als er redenen zijn om af te wijken van de normering, kan dat, mits schriftelijk onderbouwd. Een uitwerking van het normeringskader aan de hand van de onderzoeksresultaten is opgenomen in bijlage 2. 11.. Een maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf omvat maximaal 156 etmalen per jaar. Dit met een maximum van 21 dagen over deze 3 perioden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel