Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7.

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2022

1.. Een (telefonisch) gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt in eerste instantie gevoerd met de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn directe (sociale) omgeving. Zonder gesprek kan de melding namelijk onvoldoende in kaart worden gebracht. Hierbij staan de mogelijkheden van cliënt centraal. Uitgangspunt is niet langer welke beperkingen cliënt heeft, maar welke mogelijkheden er zijn. Daarbij is de insteek geen standaardoplossingen aan te bieden, maar de cliënt en zijn netwerk (indien mogelijk) een oplossing voor de hulpvraag aan te laten dragen. De cliënt en zijn netwerk hebben de regie over de hulpvraag, zijn eigenaar en tonen verantwoordelijkheid. Een aangedragen oplossing waar cliënt en het netwerk achter staan heeft immers meer kans van slagen om de beperking in de zelfredzaamheid en/of participatie te verminderen of op te lossen. 2.. Als de hulpvraag voldoende duidelijk is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt en indien wenselijk met diens vertegenwoordiger afzien van een gesprek. Een voorbeeld hiervan is als cliënt zeer recentelijk is gesproken en de hulpvraag zonder gesprek voldoende duidelijk is. 3.. De factoren genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet, maken deel uit van het onderzoek. 4.. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige. 5.. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen. 6.. Aan de cliënt wordt in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn. 7.. Ook wordt cliënt ingelicht over de eventuele hoogte van een te betalen bijdrage als deze bijdrage van toepassing is. 8.. Het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet wordt afgerond binnen zes weken na registratie van de melding, tenzij cliënt heeft ingestemd met verlenging van deze termijn. 9.. Nadat het onderzoek is afgerond verstrekt het college de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een onderzoeksverslag met de uitkomsten van het onderzoek zoals vermeld in artikel 2.3.2 achtste lid, van de wet. In dit verslag is de hulpvraag vanuit het perspectief van de cliënt in kaart gebracht en schriftelijk uitgewerkt in een objectief to-the-point advies. Dit advies kan afwijken van de gewenste oplossing die cliënt zelf heeft aangedragen.  In bepaalde situaties (bij hulp bij het huishouden en begeleiding) zal ook een ondersteuningsplan integraal onderdeel uitmaken van dit onderzoek. Dit ondersteuningsplan beschrijft de huidige situatie en de gewenste situatie uitgedrukt in resultaten die behaald moeten worden. De resultaten en de manier waarop deze resultaten kunnen worden bereikt staan vermeld in zo’n ondersteuningsplan. De gemeente, zijnde als dienstverlener, is hierbij (eind)verantwoordelijk voor het formuleren van de resultaten. Uiteraard neemt de cliënt en/of zijn netwerk de regie, eigenaarschap en de verantwoordelijkheid om deze resultaten zelf aan te dragen. De aanbieder, zijnde de zorgverlener, zal vervolgens samen met de cliënt en indien mogelijk diens netwerk bespreken hoe deze resultaten kunnen worden bereikt. 10.. Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel