**1..** Het beoordelingskader voor een aanspraak op maatwerkvoorzieningen wordt bepaald door de wet, die onder andere de doelgroep regelt en enkele criteria benoemt (zoals eigen kracht en gebruikelijke hulp). Ook in de verordening zijn criteria vastgelegd waaraan de cliënt moet voldoen om in aanmerking te komen voor een (maatwerk)voorziening. Daarnaast geldt dat sprake moet zijn van maatwerk en moet met toepassing van de “Nieuwe Route” en altijd vanuit de “omgekeerde toets” worden onderzocht of de cliënt in samenspraak met diens omgeving de beperkingen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van:
eigen kracht: de wet genoemde “eigen kracht” gaat niet zover dat de ingezetene dient te anticiperen op alle mogelijke gebreken die verband houden met het ouder worden;
gebruikelijke hulp: bij hulp bij het huishouden en begeleiding wordt het begrip gebruikelijke hulp gehanteerd. Op basis hiervan kan objectief worden vastgesteld welke taken gebruikelijk zijn en welke boven-gebruikelijk. Zie voor de weging van gebruikelijke hulp bijlage 1 van deze beleidsregels;
mantelzorg: er is sprake van mantelzorg als deze langdurig en intensief wordt verleend.
Als een mantelzorger ondersteuning biedt aan een ingezetene, dan kan het voorkomen dat deze mantelzorger gedurende korte tijd niet in staat is deze zorg te verlenen. Als dit ondersteuning betreft die als maatwerkvoorziening verstrekt zou kunnen worden door de gemeente, dan is het mogelijk dat de gemeente respijtzorg inzet. Op momenten dat de mantelzorger korte tijd afwezig is, kan de zorg worden overgenomen door een professionele zorgverlener, of door een vrijwilliger;
hulp van andere personen uit het sociale netwerk: het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van een cliënt om een beroep op het eigen netwerk te doen, voordat hij een beroep doet op een maatwerkvoorziening;
algemeen gebruikelijke voorzieningen: geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat als de maatwerkvoorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Met het criterium algemeen gebruikelijk wordt beoogd te voorkomen dat het college een voorziening verstrekt waarvan, aannemelijk is te achten dat deze daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken. Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria:
de voorziening niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking;
in de reguliere handel verkrijgbaar is;
niet (veel) duurder is dan vergelijkbare producten.
Een fiets met lage instap of met elektrische trapondersteuning is een goed voorbeeld van een algemeen gebruikelijke voorziening. Een dergelijke fiets wordt ook gebruikt door personen zonder beperkingen (bijvoorbeeld door personen die een lange afstand naar hun werk of school moeten fietsen), is gewoon bij de fietsenwinkel te koop tegen niet veel noemenswaardige meerkosten.
Er moet echter altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening ook voor cliënt algemeen gebruikelijk is;
algemene voorziening: een algemene voorziening is een voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente Cranendonck, dus niet specifiek voor inwoners met een beperking. Deze voorzieningen kunnen wel een oplossing zijn voor inwoners met een beperking;
Een algemene voorziening is een voorziening die voldoet aan de volgende criteria:
is daadwerkelijk beschikbaar
is financieel draagbaar
er moet sprake zijn van adequate compensatie
moet op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, van de wet worden geboden door een aanbieder waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. Anders komt de werkwijze van de gemeente neer op verwijzing naar de reguliere markt.
Mocht de algemene voorziening echter niet passend of toereikend zijn, dan is de gemeente verplicht om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening.
Een voorbeeld van een algemene voorziening is het AutoMaatje. Het AutoMaatje is een vrijwillige vervoersdienst voor en door inwoners van Cranendonck. Inwoners kunnen tegen een vergoeding van € 0,30 euro per kilometer gebruik maken van deze vervoersdienst. Vrijwilligers rijden met hun eigen auto personen van A naar B.
Enerzijds draagt het AutoMaatje bij aan betere bereikbaarheid van de kernen en anderzijds is het een sociaal initiatief: inwoners hoeven hun activiteiten niet te laten, omdat ze geen vervoer hebben en daarnaast komen zij in contact met een ‘chauffeur’ uit de eigen gemeenschap.
Alle inwoners van Cranendonck kunnen hiervan gebruik maken. In de praktijk zal de voorziening vooral gebruikt worden door ouderen of mensen die niet beschikken over een eigen netwerk. Ook ‘incidentele ritten’ lenen zich hiervoor. Voor iemand die een structurele vervoersvraag heeft, zal de Taxbus beter passend zijn.
Inwoners kunnen contact opnemen met Cordaad om hun rit aan te melden (twee dagen voordat de rit plaats gaat vinden). Cordaad plant de rit in en zoekt hier een vrijwilliger bij. De vrijwilliger vervoert van deur-tot-deur en kan eventueel ondersteuning bieden bij in- en uitstappen en desgewenst bijvoorbeeld met het mee gaan naar een dokter. De gebruiker van het AutoMaatje betaalt de kilometervergoeding van € 0,30 per kilometer (prijspeil en aan index onderhevig) rechtstreeks aan de chauffeur.
andere voorzieningen: hieronder wordt verstaan dat cliënt een beroep kan doen op voorzieningen op basis van andere wetten zoals de Zorgverzekeringwet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Participatiewet (Pw).
**2..** De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie (resultaat) waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Met zelfredzaamheid wordt bedoeld dat een ingezetene in staat is tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
Met participeren wordt deelname aan het maatschappelijke verkeer bedoeld. Met andere woorden dat een ingezetene in staat is om mee te doen in de samenleving, via arbeid, dagbesteding, vrijwilligerswerk, in verenigingen en sociale netwerken.
Als de ingezetene niet of onvoldoende zelfredzaam is of niet of onvoldoende kan participeren dan kunnen deze beperkingen worden opgelost door inzet van de volgende categorieën maatwerkvoorzieningen:
Rolstoelvoorziening;
Een rolstoelvoorziening is gericht om zich in- en om de woning te kunnen verplaatsen. Dit met het oog op het gebruiken van alle ruimten, die nodig zijn voor het normale gebruik van de woning. De rolstoel kan ook worden gebruikt voor verplaatsingen in de directe woonomgeving.
Een rolstoelvoorziening kan worden ingezet als sprake is van een beperking in de zelfredzaamheid, maar ook om te kunnen participeren.
Ondersteuningsmogelijkheden:
Handbewogen rolstoel;
Electrische rolstoel;
Sportrolstoel (in de vorm van een financiële tegemoetkoming, zie hierover meer in artikel 16 en 17 van deze beleidsregels)
Woonvoorziening/woningaanpassing;
Een woonvoorziening/woningaanpassing is een verandering in de woning zodat kinderen, jongeren en volwassenen (langer) thuis kunnen blijven wonen. Een woonvoorziening/woningaanpassing kan worden toegekend als sprake is van een beperking in de zelfredzaamheid.
Er zijn diverse voorzieningen die het mogelijk maken om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving (dat kan de eigen woning zijn of een geschiktere woning in dezelfde omgeving). Deze hebben tot doel het normale gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden, consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. Er worden geen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt, omdat dit geen elementaire woonfuncties betreffen. Ook worden geen aanpassingen vergoed voor voorzieningen met een therapeutisch doel, zoals een dialyseruimte en therapeutische baden.
Ondersteuningsmogelijkheden
Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet bouwkundig of woontechnisch zijn (niet nagelvast), zoals een douchetoiletstoel of losse tillift;
Woningaanpassing: dit is een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woning (bijvoorbeeld een douchezitje aan de muur, een traplift, een ophoging van de tegels bij de voordeur of een aanbouw van een vertrek);
Voor kortdurend gebruik (maximaal 6 maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via het uitleendepot van thuiszorgaanbieders of hulpmiddelenleveranciers. Losse voorzieningen hebben als voordeel dat deze vaak snel kunnen worden ingezet, soms voordeliger zijn, vaak voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet (bijvoorbeeld: een douchestoel ook gebruiken om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden) en meegenomen kunnen worden in geval van verhuizing. Zie voor nadere info over deze voorziening in het achtste en negende lid van dit artikel.
Verhuiskosten
Een verhuiskostenvergoeding is een vergoeding voor de verhuiskosten en inrichting als sprake is van een medische noodzaak om te verhuizen. De vergoeding bedraagt een maximumbedrag en wordt in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. Zie voor nadere info over de financiële tegemoetkoming in artikel 16 en 17 van deze beleidsregels.
Vervoersvoorziening;
Een vervoersvoorziening is in beginsel gericht op het vervoer van A naar B in het kader van het leven van alledag in de directe woon-en leefomgeving. Het gaat dan met name om een beperking in de zelfredzaamheid/het niet in staat zijn tot het uitvoeren van noodzakelijke algemene levensverrichtingen. Te denken valt aan lokaal vervoer om vrienden of familie te bezoeken of om naar een maatschappelijke activiteit te kunnen gaan. Er kan echter ook sprake zijn een beperking in de participatie/het niet kunnen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Denk hierbij aan het aanvragen van een scootmobiel om bijvoorbeeld te kunnen recreëren in het park/dierentuin.
Cliënt komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening als hij het openbaar vervoer niet kan bereiken of gebruiken. Het criterium ‘bereiken van het openbaar vervoer’ is door de CRvB concreet gemaakt als meetbare grooteenheid door middel van het loopafstandscriterium “maximale” loopafstand van 800 meter. Kan de cliënt 800 meter zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo lopen, dan wordt cliënt in staat geacht het openbaar vervoer te kunnen bereiken. Kan de cliënt het openbaar vervoer bereiken, maar is het onmogelijk het openbaar vervoer te gebruiken? Een voorbeeld hiervan is als cliënt moeilijk of niet kan in- en uitstappen. Dit kan aanleiding zijn een vervoersvoorziening toe te kennen. Er vindt altijd een individuele beoordeling plaats, waarbij wordt gekeken naar de vervoersbehoefte, de daadwerkelijke afstand tot de bushalte etc.
Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheden moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal (tot zo’n 15 km afstand vanaf de woning van cliënt) 1500 km te kunnen reizen. Een vervoersvoorziening stelt een cliënt in staat verplaatsingen naar een omvang van maximaal 1500 KM per jaar te maken.
Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de wet. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen.
Ondersteuningsmogelijkheden:
Collectief vraagafhankelijk vervoer
Allereerst wordt beoordeeld of de cliënt gebruik kan maken van collectief vraagafhankelijk vervoer (hierna te noemen CVV) om in de vervoersbehoefte te kunnen voorzien. Hierbij zal altijd rekening worden gehouden met de persoonskenmerken en behoeften van de cliënt.
Bij de bepaling van het aantal kilometers wordt rekening gehouden met de individuele omstandigheden. Het aantal toe te kennen maximaal aantal kilometers kan in uitzonderingssituaties worden verhoogd, vanwege individuele omstandigheden.
Bij een rit met het CVV komen maximaal de eerste 25 kilometer voor vergoeding in aanmerking. De overige zones moet de cliënt zelf betalen.
De cliënt betaalt een opstaptarief en daarnaast een klanttarief per gereden kilometer.
Als het CVV niet tot het gewenste resultaat leidt, kan een andere maatwerkvoorziening worden toegekend. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld:
Taxi- en rolstoeltaxi vervoer (in de vorm van een financiële tegemoetkoming, zie hierover meer in artikel 16 en 17 van deze beleidsregels);
Scootmobiel;
Aangepaste fiets/handbike.
Hulp bij het huishouden;
Het kunnen voeren van een huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Het niet kunnen voeren van een huishouden is een beperking in de zelfredzaamheid.
Adequaat een huishouden voeren is een zeer subjectief begrip, waarbij iedereen eigen normen en waarden hanteert. Om dit te objectiveren is gebruik gemaakt van het normeringskader van HHM en KPMG Plexus.
De toe te kennen taken/activiteiten worden in minuten per taak/activiteit in de beschikking opgenomen. De totale omvang van de hulp in minuten wordt altijd afgerond naar boven op een 5- of 10 tal. Zie voor nadere info over het normeringskader in het tiende lid van dit artikel.
Indien sprake is van een sterk vervuilde woning, dient de woning eerst gesaneerd te worden, voordat er hulp bij het huishouden wordt ingezet. Voor het saneren van de woning dient een schoonmaakbedrijf te worden ingezet.
Ondersteuningsmogelijkheden
Hulp bij de lichte en zware huishoudelijke taken voor een schoon en leefbaar huis
Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Het gaat over de vertrekken in huis die daadwerkelijk frequent (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) in gebruik zijn. Het gaat om de binnenkant van het huis. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen, ramen zemen aan de buitenkant vallen hier dus niet onder.Bij al deze taken gaat het om taken die als algemeen gebruikelijk kunnen worden beschouwd. Het strijken van onderkleding of beddengoed is bijvoorbeeld niet algemeen gebruikelijk. Hiervoor moet een medisch advies worden aangevraagd.
Een schoon en leefbaar huis wil niet zeggen dat de in gebruik zijnde leefvertrekken standaard wekelijks schoon moeten worden gemaakt. De frequentie van schoon maken is mede afhankelijk van de persoonlijke situatie en leefwijze (gezinssamenstelling en gezondheid). Dat betekent dus maatwerk: geen situatie is hetzelfde.
Wassen, drogen en strijken om te beschikken over schone en draagbare kleding, linnen- en beddengoed.
De wasverzorging omvat het (machinaal) wassen, drogen, strijken, opvouwen en opruimen van kleding en linnen- en beddengoed. Bij kleding gaat het hierbij uitsluitend over normale kleding voor alledag, waarbij het uitgangspunt is dat zo min mogelijk (boven)kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding moet hiermee rekening worden gehouden.
Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te kunnen maken van de beschikbare algemeen gebruikelijke moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine, een droogruimte of een droger. Ook valt het inkopen van (strijkvrije) kleding hier niet onder.
Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
In elk huishouden zijn boodschappen nodig. De ondersteuning is beperkt tot die levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, die dagelijks en/of wekelijks in elk huishouden worden gebruikt. Het is algemeen aanvaard dat inwoners deze boodschappen geclusterd doen door eenmaal per week de voorraad in huis te halen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van een boodschappendienst. De boodschappenservice wordt door de CRvB als algemene gebruikelijke voorziening gezien, omdat de kosten van de boodschappenservice als financieel draagbare kosten worden bevonden. Ook voor cliënten met een bijstandsuitkering.
Het bereiden van de broodmaaltijden en opwarmen van de warme maaltijd kan ook een vorm van hulp bij het huishouden zijn. In de meeste situaties kan van een voorliggende voorziening, zoals van een maaltijdservice voor de warme maaltijd, gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant- en klaar maaltijden te koop die als algemeen gebruikelijk door de CRvB zijn bestempeld.
Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren
De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er voor zorg dragen dat er op tijden dat zij beiden werken, opvang voor de kinderen is. Dat kan worden ingevuld op de manier waarop zij dat willen (oppas, grootouders, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken. Kan/kunnen de ouder(s) deze rol tijdelijk niet vervullen dan kan bij fulltime werkzaamheden, aanvullend op de eigen mogelijkheden, worden geïndiceerd voor een beperkte duur. De wet heeft in deze vooral een taak om tijdelijk in te springen, zodat ruimte ontstaat om een goede oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost, zodat gezocht kan worden naar een ermanente oplossing.
Begeleiding;
Begeleiding is gericht op het vermogen om zelfstandig te kunnen leven en te participeren
Begeleiding is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt. Begeleiding is met andere woorden gericht op hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen. Het gaat bij begeleiding niet om het overnemen van taken, maar hulp bij bepaalde taken. Denk hierbij aan hulp bij de administratie, het oefenen van vaardigheden en praktische (gezins)ondersteuning.
Is sprake van begeleiding dan zal een ondersteuningsplan moeten worden opgesteld. Het ondersteuningsplan beschrijft niet alleen de huidige situatie, maar beschrijft ook de gewenste situatie, namelijk de resultaten die behaald moeten worden. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in 3 soorten resultaten:
Verandering en groei;
Welbevinden;
Stabiliteit en behoud.
Ondersteuningsmogelijkheden
Begeleiding A: individuele begeleiding
Deze kan worden gecombineerd met begeleiding B
De activiteiten zijn individueel en gericht op:
het ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen;
het ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie;
het overnemen van toezicht op de cliënt;
aansturen van gedrag (bijvoorbeeld sociale vaardigheden of persoonlijke verzorging);
ondersteunen en stimuleren van mantelzorg en informele ondersteuning;
zorg op afstand.
Begeleiding B: begeleiding groep
De groepsactiviteiten zijn gericht op:
het geven van een zinvolle daginvulling buitenshuis;
activering gericht op persoonlijke ontwikkeling en/of;
ontlasting van de mantelzorger;
stabilisering of voorkomen van achteruitgang van fysieke, cognitieve en sociaal; emotionele vaardigheden;
toeleiding naar arbeid.
Begeleiding C: gespecialiseerde begeleiding
De activiteiten zijn gericht op:
begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding);
begeleiden bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis;
begeleiden bij de mogelijke integratie in de samenleving en de sociale participatie,met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werken, sociaal netwerk (doelgericht toepassen van methoden van casemanagement bijvoorbeeld hulp bij de opbouw van een sociaal netwerk) met als doel zelfredzaamheid).
Begeleiding D: in uitzonderlijke gevallen (die niet onder begeleiding A,B of C vallen).
Naast begeleiding kan vervoer worden toegekend als de cliënt hierin niet zelf kan voorzien.
Kortdurend verblijf.
Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg, waarbij het uitgangspunt is dat degene die ondersteuning nodig heeft elders verblijft voor maximaal 3 etmalen per week en de mantelzorger even de tijd heeft om op adem te komen.
Kortdurend verblijf kan zowel preventief als repressief bedoeld zijn: een indicatie heeft als doel om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen, zodat zij de zorg thuis vol kunnen houden en (veel duurdere) opname in een intramurale instelling wordt voorkomen, of op zijn minst uitgesteld.
Het is mogelijk om langer dan 3 etmalen per week te verblijven indien dit noodzakelijk is en vaststaat dat andere oplossingen geen optie zijn. De etmalen kunnen worden gespaard om bijvoorbeeld een verblijf van een week mogelijk te maken, zodat de mantelzorg op vakantie kan. Dan moet wel vaststaan dat er geen andere oplossingen zijn, zoals een vergoeding door de ziektekostenverzekeraar. Wel geldt dat maximaal drie keer per jaar opgespaarde etmalen mogen worden ingezet, met een maximum van 21 dagen over deze drie perioden. Bovendien geldt dat het maximaal aantal etmalen per jaar 156 etmalen bedraagt.
Als verpleging nodig is moet dit geregeld worden via de Zorgverzekeringswet. Ook behandeling valt niet onder kortdurend verblijf.
De cliënt, niet zijnde de mantelzorger, is primair zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf. Hij kan hiervoor gebruik maken van eigen vervoer of van hulp uit het eigen netwerk. Als de cliënt beperkingen heeft op het gebied van vervoer zal hij doorgaans in het bezit zijn van een indicatie voor CVV, waarmee hij zich naar de instelling kan vervoeren. Kortdurend verblijf kent anders dan school of dagbesteding geen exacte starttijden zodat gebruik van CVV (eventueel met begeleider) een geschikte oplossing biedt.
**3..** Bovenstaande categorieën maatwerkvoorzieningen kunnen in onderstaande resultaatgebieden worden ingedeeld:
zich kunnen verplaatsen in en om de woning: rolstoel- en woonvoorziening en verhuiskostenvergoeding;
zich lokaal kunnen verplaatsen: vervoersvoorziening;
kunnen leven in een schoon en leefbaar huis, het beschikken over schone en draagbare kleding, over goederen voor primaire levensbehoeften en het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren: hulp bij het huishouden;
het vermogen om zelfstandig te leven en om te kunnen participeren: begeleiding;
ontlasting van de mantelzorger: kortdurend verblijf.
**4..** Een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt in de vorm van natura, een pgb of een financiële tegemoetkoming indien van toepassing.
**5..** Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
**6..** Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor zichzelf en zijn omgeving is en geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Een scootmobiel kan anti-revaliderend zijn als een cliënt in beweging moet blijven vanwege bijvoorbeeld overgewicht.
**7..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. Het toe te kennen aantal kilometers kan in uitzonderingssituaties worden verhoogd, vanwege individuele omstandigheden. Bij een rit met het CVV komen maximaal de eerste 25 kilometer voor vergoeding in aanmerking. Bij samenloop met een andere vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een scootermobiel of driewielfiets wordt het aantal kilometers gehalveerd.
**8..** Bij een woonvoorziening/woningaanpassing maakt het college gebruik van een limitatieve lijst. In deze lijst staan de meest voorkomende standaard voorzieningen. Met betrekking tot deze voorzieningen heeft het college prijsafspraken gemaakt met lokale aannemers. Als er voorzieningen niet bij staan dan vraagt het college een offerte hiervan op bij twee aannemers. De limitatieve lijst is als bijlage 1 aan deze verordening toegevoegd.
**9..** Bij een complexe woningaanpassing vraagt het college een bouwtechnisch onderzoek bij een externe adviseur. Verder geldt dat het onderstaande voor vergoeding in aanmerking komt:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen dan vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 procent van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR 2005 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpende woningaanpassingen;
De aantoonbare kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2 procent van de aanneemsom;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de woningaanpassing;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies, in verband met het verrichten van een noodzakelijke betaling aan derden voordat het persoonsgebonden budget is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van woningaanpassingen;
De prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen de oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De aantoonbare kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een woningaanpassing, voor zover de kosten onder a tot en met k meer dan € 907,00 bedragen, 10 procent van die kosten met een maximum van € 340,00;
Het aantal m2 bij aanbouw van een vertrek en het aantal m2 bij uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek zoals vermeld in bijlage 3.
Dit zijn richtlijnen afkomstig uit het handboek van toegankelijkheid. De CRvB heeft onder de WVG bepaald dat het Handboek voor Toegankelijkheid een betrouwbare referentie is voor het toegankelijk en bruikbaar ontwerpen en bouwen voor onder andere mensen met een handicap (zie ECLI:NL: CRvB:2004:AR4044, zaaknummer 02/5251 WVG)
**10..** Voor hulp bij het huishouden wordt gebruik gemaakt van het normeringskader van HHM in samenwerking met KPMG Plexus. In het normeringskader staat per activiteit, de frequentie en het aantal minuten hetgeen nodig is voor de te behalen resultaten. Op die manier wordt een beeld geschetst van de indicatieve tijd die de professionele ondersteuning nodig heeft en kan er per cliënt maatwerk worden geboden. Als er redenen zijn om af te wijken van de normering, kan dat, mits schriftelijk onderbouwd. Een uitwerking van het normeringskader aan de hand van de onderzoeksresultaten is opgenomen in bijlage 2.
**11..** Een maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf omvat maximaal 156 etmalen per jaar.
HOOFDSTUK 3
Artikel 9.
Criteria maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Cranendonck 2022