De afgelopen eeuw heeft de agrarische sector een forse ontwikkeling doorgemaakt. De ontwikkeling kan globaal worden beschreven in onderstaande periodes.
De vooroorlogse periode (voor 1940)
In de periode voor 1940 waren de zandgronden voornamelijk in gebruik ten behoeve van het traditionele gemengde bedrijf met akkers, hooilanden en zeer extensief gebruikte woeste gronden.
De naoorlogse periode (1940-1965)
Na de oorlog was alles gericht op het, onder leiding van Mansholt, op orde brengen van de voedselvoorziening. Er werd gestuurd op productiviteitverhoging, goede voedseldistributie en beheersing van de voedselprijzen.
De schaalvergrotingsperiode (1965-heden)
De tijd van schaalvergroting en rationalisatie van de landbouw brak aan. Bedrijven specialiseerden zich steeds meer. Het merendeel van de agrarische gebouwen (71%) in Nederland is gebouwd tijdens de schaalvergrotingsperiode. De gebouwen worden op een zo goedkoop en efficiënt mogelijke manier gebouwd, waarbij tot 1993 stallen bijna zonder uitzondering werden voorzien van asbesthoudende daken. Gebrek aan architectonische kwaliteiten en streekeigen bouw maakt dat deze gebouwen een beperkte (cultuur)historische waarde hebben.
Figuur 1: Kenmerkende bouwperioden agrarische bebouwing (Bron: Alterra)
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
Historische ontwikkeling
Onderdeel van Beleidsnotitie Buitengebied met ruimtelijke kwaliteit