Het college neemt het verslag, indien aanwezig, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening
Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
indien de voorziening voor een persoon als cliënt ingezet kan worden met:
- eigen kracht;
- mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
- gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen;
- gebruikmaking van algemene voorzieningen;
- een beschikbare passende voorliggende voorziening;
- een voorziening op grond van een andere wet.
indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd, terwijl hij redelijkerwijs kon weten dat een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet te verwachten was, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
indien deze kortdurend noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak;
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan.
cliënt de voorziening zelf al heeft aangeschaft voor de datum van de melding, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was een voorziening te treffen;
als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht.
als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is.
Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt als de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Weststellingwerf.
Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als:
deze langdurig (langer dan zes maanden) noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak;
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopste passende voorziening. De prijs van de leverancier die hierbij de goedkoopst adequate voorziening kan leveren is doorslaggevend.
De hoofdregel is dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening gelijk is aan de datum van de aanvraag. Hiervan kan worden afgeweken:
als in de periode tussen de melddatum en de datum besluit voor het college de noodzaak is gebleken om de maatwerkvoorziening eerder toe te kennen.
als voor de datum van melding door de cliënt een voorziening is getroffen en achteraf door het college de noodzaak nog kan worden vastgesteld om eerder toe te kennen.
In geval van bijzondere omstandigheden kan eerder of later toegekend worden.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte of vergoede voorziening de normale afschrijvingstermijn verstreken heeft tenzij:
de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 11
Algemene criteria maatwerkvoorziening
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WESTSTELLINGWERF 2022