Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
a. verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 5, eerste en tweede lid;
b. verzoeker voor de tweede keer niet is verschenen op een afspraak zonder hierover vooraf te berichten;
c. het minnelijke traject tot schuldregeling niet is geslaagd, omdat één of meerdere schuldeisers geen medewerking wil verlenen en de WSNP geen mogelijkheid is;
d. er een WSNP-verklaring is afgegeven;
e. op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
f. verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
g. verzoeker is overleden;
h. verzoeker ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, handelt overeenkomstig de definitie agressie en geweld opgenomen het agressieprotocol van de gemeente Waalwijk;
i. verzoeker zelf in staat is om zijn schulden te regelen;
j. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer) passend is;
k. verzoeker zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schuldenproblematiek op te lossen;
l. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
m. verzoeker op eigen initiatief hiertoe verzoekt.
Artikel 7 Beëindigingsgronden
Artikel 7 Beëindigingsgronden
Onderdeel van Beleidsregels toelating tot de schuldhulpverlening gemeente Waalwijk 2022