Naar hoofdinhoud
Onderstaande tabel bevat de weergave van de te volgen procedure. Uitgangspunt is de volgorde zoals hieronder aangegeven. Afwijken van het stappenplan gebeurt gemotiveerd. Van iedere constatering van een overtreding wordt vanaf stap vijf een op schrift gestelde rapportage opgemaakt door een toezichthouder (als bedoeld in artikel 5:11 Awb), politieambtenaar of ter zake kundige. Hieronder kan ook een verklaring van een getuige(n) van woonoverlast vallen, mits deze verklaring verifieerbaar is. Stappenplan 1. 1 Melding of signalering Signalen of meldingen van ernstige woonoverlast kunnen de gemeente via diverse wegen bereiken (zie artikel 4 Melden van woonoverlast). Belangrijk is dat de meldingen en klachten onderbouwd kunnen worden met feitelijke constateringen en bewijstukken (en voldoen aan de in artikel 6 opgenomen bepalingen). 2. Gesprek met melder Na binnenkomst van de melding vindt een gesprek met de melder plaatst om een inschatting van de situatie en de eerstvolgende vervolgstap te maken. Dit kan al een doorverwijzing naar buurtbemiddeling zijn. Indien er sprake lijkt te zijn van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast dan wordt het stappenplan verder gevolgd. 3. Vaststellen, verificatie en kwalificatie van de woonoverlast Meldingen die bij de gemeente binnenkomen worden geverifieerd, al dan niet met behulp van politie, toezichthouders of andere partijen die betrokken zijn bij de aanpak van woonoverlast. Ingeval van huurwoningen kan daarbij een rol zijn weggelegd voor de woningcorporatie. Belangrijk is om de precieze aard en omvang van de woonoverlast vast te stellen. Dit kan onder andere aan de hand van: Klachten en meldingen van omwonenden; Waarschuwingsbrieven van verhuurder; Informatie over reeds genomen maatregelen en/of gevoerde procedures. Denk aan uitkomsten van een buurtbemiddelingsgesprek of mediationtraject; (sfeer)rapportages, processen-verbaal of mutatierapporten van (politie- en/of gemeente-) ambtenaren; Foto's, videomateriaal, geluidsopnames of overige objectieve metingen; Brieven van hulpverlenende instanties, zoals GGZ, GGD, maatschappelijk werk of verslavingszorg. 4. 1 Eerste wee moment Is er vermoedelijk sprake van "ernstige en herhaaldelijke woonoverlast" als bedoeld in artikel 2:79 APV? 4 Indien hier sprake van is wordt het stappenplan verder gevolgd. 4 Indien hier (nog) geen sprake van is wordt de melder geadviseerd wat nodig is voor vervolg. 5. 1 Verdere dossiervorming en inzet partners Wanneer sprake lijkt te zijn van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast dan wordt onderzocht welke partijen betrokken zijn bij de woonoverlast en wie welke rol heeft. Indien er sprake lijkt te zijn van multi-problematiek dan kan dit via het LZVN lopen. Hier wordt bepaald wie een gezamenlijk dossier aanlegt (gemeente, politie of woningbouw) en welke informatie daarin wordt opgenomen. Voor alle relevante informatie die in dit verband wordt verzameld en gebundeld in een dossier worden de regels rondom privacy (AVG en Wpg) in acht genomen. Het beschikken over een deugdelijk dossier en dito dossieropbouw vormt immers een noodzakelijke voorwaarde voor de rechtmatige toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid van artikel 2:79 van de APV. Bij ernstige herhaaldelijke woonoverlast geldt dat dit objectief en aantoonbaar moet zijn. 6. Verkennen en inventariseren mogelijke interventies en maatregelen Met het oog op het de-escaleren, normaliseren en tegengaan van de geconstateerde "ernstigewoonoverlast" zal vervolgens, rekening houdend met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit énmet de specifieke kenmerken van voorliggende, worden bekeken welke interventies of maatregelen in hetconcrete geval (kunnen) zijn aangewezen.Daarbij geldt in beginsel een voorkeursvolgorde, waarbij een volgende interventie pas aan de orde isindien de aanpak van de overlastsituatie met toepassing van andere wettelijke instrumenten niet mogelijkis of niet effectief is gebleken én een eerdere, minder ingrijpende interventiemaatregel niet tot hetgewenste resultaat heeft geleid (het effectief tegengaan van ernstige woonoverlast). 7. Voeren gesprek met betrokkenen Waar mogelijk wordt eerst door één of meerdere van de ketenpartners en/of de gemeente een `goedgesprek' gevoerd met beide partijen. Dit kan bijvoorbeeld door de wijkagent, de verhuurder,maatschappelijk werk en/of buurbeheerder. 8. Onderzoeken inzet buurtbemiddeling Het inzetten van Buurtbemiddeling is een laagdrempelige manier om een groot deel van de burenruzies op te lossen. Mocht dit niet al in een eerder stap zijn ingezet, dan is het onderzoeken van de inzet van eenBuurtbemiddelingstraject een vereiste om vervolgens te kunnen opschalen naar de volgende stap. 9. 1 Versturen gespreksverslag en lof waarschuwing Dit kan een afschrift zijn van het gespreksverslag (punt 7 of 8) met alle afspraken. 0. Officiële schriftelijke waarschuwing tot opleggen gedragsaanwijzing (vrijwillige gedragsaanwijzing) Let op: vanaf deze stap is ernstige en herhaaldelijke woonoverlast aangetoond. Wanneer iemand zich niet houdt aan de gemaakte afspraken of wanneer er opnieuw sprake is vanoverlast. Door of namens de burgemeester wordt een officiële schriftelijke waarschuwing gestuurd. Daarin wordt de overlastgever en/of verhuurder erop gewezen dat de burgemeester bij een voortzetting of herhaling vanschending van de zorgplicht als bedoeld in artikel 2:79, eerste lid van de APV, gebruik zal maken vanzijn/haar bevoegdheid als bedoeld in artikel 2:79 tweede lid van de APV. 1. Opleggen last onder dwangsom (definitieve gedragsaanwijzing) Wanneer stap 10 niet tot het gewenste resultaat heeft geleid gaat de burgemeester over tot het opleggenvan een last onder dwangsom. Hierin is opgenomen welke gedragingen verboden en geboden zijn. Als deaan eschreven overtreder zich hier niet aan houdt dan verbeurt hij/zij een dwangsom. 2. Invorderen dwangsom Bij overtreding van de last onder dwangsom verbeurt de overtreder een dwangsom per geconstateerde overtreding. 3. Hogere last onder dwangsom (optie) Als de situatie nog steeds niet is zoals gewenst, en de maximale opgelegde dwangsom van € 3.000,00 geheel is verbeurd dan kan de burgemeester kiezen om een hogere dwangsom op te leggen. Afhankelijkvan de situatie kan zij ook direct overgaan tot stap 15, het opleggen van een last onder bestuursdwang (indat 9eval worden deze stap en stap 14 overgeslagen). 4. Invorderen last onder dwangsom (optie) Zie onder'12. Invorderen dwangsom' 5. Last onder bestuursdwang Deze stap volgt in beginsel wanneer stap 6 tot en met 13 niet hebben geleid tot het gewenste resultaat. De burgemeester legt hierbij een last onder bestuursdwang op. 6. Feitelijke bestuursdwang Bij constatering van een volgende overtreding zal bestuursdwang worden toegepast. Dit houdt bijvoorbeeld in dat iemand de toegang tot zijn/haar woning en bijbehorend erf wordt ontzegd tot de periode van 10 dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel