De grondprijzen voor woningbouw zijn enerzijds afhankelijk van de ontwikkeling van de verkoopprijzen en anderzijds van de ontwikkeling van de stichtingskosten (bouw- en bijkomende kosten) van woningen. Zoals blijkt uit de gegevens van de NVM is nog steeds sprake van een opwaartse ontwikkeling in de woningprijzen (zowel in de regio Noord Overijssel als nationaal), mede als gevolg van de aanhoudende en ongekende krapte op de woningmarkt. Ook de bouwkosten van woningen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Deze trend leek echter af te vlakken in 2021.
De woningbouwkosten zijn echter toch verder gestegen. Het afgelopen kwartaal betrof deze stijging 1,55%. De aanbestedingsindex liet in Q3 2021 een stijging zien van 3,01%. De schaarste naar bouwmateriaal is nog steeds de voornaamste oorzaak. Het is nog onduidelijk in hoeverre de schaarste nog zal toenemen. Sommige materiaalprijzen lijken te stabiliseren, van andere materialen is het nog maar de vraag of ze de piek al hebben bereikt. Uit berichten in de markt wordt verwacht dat de woningbouwkosten de komende jaren verder zullen toenemen.
De woningbouwmarkt wordt door onzekerheid gekenmerkt. De stijging van de woningprijzen is sterker dan de stijging van de directe woningbouwkosten. Dit betekent dat de theoretische waarde van woningbouwgrond toeneemt. Dit kwartaal betreft de stijging 6,22%.
De werkelijke transactieprijzen van woningbouwkavels, bijgehouden door het Kadaster, tonen normaliter een meer stabiele ontwikkeling. De werkelijke prijs van de grond laat zich minder beïnvloeden door de marktontwikkelingen. De stijging die het Kadaster laat zien is dit kwartaal echter hoger dan de theoretische stijging. Het Kadaster laat een stijging van 9,61% zien ten opzichte van Q2 2021.
Op basis van de omschreven prijsontwikkelingen kan worden aangenomen dat de grondprijzen voor woningbouw een relatief sterke stijging laten zien ten opzichte van vorig jaar, aangezien de (residuele) grondprijs doorgaans wordt beschouwd als het verschil tussen de marktwaarde van een woning (exclusief BTW) en de stichtingskosten. Hierbij zijn drie kanttekeningen te maken:
Per 1 januari 2021 gelden aangescherpte eisen aan de energieprestatie van woningen (de zgn. BENG-eisen, Bijna Energie neutrale Gebouwen). De invoering van BENG geleid tot een toename van de bouwkosten. Naar verwachting zullen de bouwkosten verder doorstijgen door een tekort aan materiaal en menskracht.
Het is nog steeds moeilijk in te schatten wat voor effect de coronacrisis heeft op de woningmarkt. ABN Amro voorziet in de woningmarktmonitor van oktober (2021) voor 2022 een verder toename van de huizenprijzen en lichte toename van de hypotheekrente. Dit alles ondanks de economische onzekerheden die de coronacrisis nog steeds met zich meebrengen. Gebleken is dat het effect echter veel kleiner is geweest dan van te voren bedacht. De NVM geeft eveneens aan dat door deze ontwikkelingen voor bepaalde groepen en woningtypen de doorstroming stokt, waardoor het aanbod naar verwachting nog geringer zal worden.
Met oog op het huidige woningtekort en de doorzettende bevolkingsgroei zullen er tot 2030 liefst 900.000 woningen moeten worden gebouwd. Met plannen voor 960.000 woningen ligt de plancapaciteit inmiddels niet meer heel ver af van het vereiste aantal van 1.170.000. Afgelopen Prinsjesdag trok het kabinet bovendien opnieuw geld voor uit voor de versnelling van de bouw. Het maakte bekend daarin de komende tien jaar jaarlijks 100 miljoen euro te investeren.
Door de ontwikkelingen op de woningmarkt en de strategie t.a.v. de grondprijzen t.o.v. van vorige jaren kan geconcludeerd worden dat voor een aantal categorieën/woningtypen dit jaar geen verhoging van de grondprijzen nodig zijn. Voor andere typen is een stijging wel gerechtvaardigd. De stijging voor deze woningtypen bedraagt circa 1% tot circa 50%.